In dit artikel
Na dit artikel kun je…
- Vast volume en een actueel procentueel geldbudget onderscheiden.
- Afrondings- en verliesreeksen berekenen zonder daar een faalkans van te maken.
- Een lager volume na winst verklaren vanuit een bredere stop.
Begrippen uitgelegd binnen het artikel
Positiegrootte op actuele rekeningwaarde Positiegrootte Handelsplan Saldo Rekeningwaarde (equity) DrawdownAnti-martingale schaalt een vastgelegde inzet doorgaans op na winst en af na verlies. Fixed fractional is één variant: het geplande geldverlies volgt een gekozen percentage van de actuele kapitaalbasis. Dat verandert blootstelling, niet de kwaliteit van het instapsignaal. Een formule geeft geen garantie op groei, herstel of een werkelijk verlies dat binnen de begroting blijft.
Wat wordt precies opnieuw berekend?
Een constant volume en een constant percentage zijn verschillende regels. Blijft het geplande verlies 100 USD terwijl equity van 10.000 naar 8.000 USD daalt, dan stijgt de fractie van 1% naar 1,25%. Bij hetzelfde stopniveau en dezelfde pipwaarde blijft het geldverlies van bijvoorbeeld 0,30 lot gelijk, terwijl zijn aandeel in equity verandert. Een procentregel berekent het budget opnieuw; daarvoor moet duidelijk zijn of je saldo of Rekeningwaarde (equity) gebruikt.
Bij een vaste uitkomstenverdeling en omvang die onafhankelijk is van toekomstige uitkomsten, maakt schaalverandering een negatieve verwachting per eenheid niet positief. Afhankelijkheid tussen omvang en uitkomsten kan de geldverwachting wel beïnvloeden. Positieve rekenkundige verwachting is op zichzelf geen garantie op positieve verwachte loggroei of een geschikt risiconiveau.
Martingale en omgekeerd schalen
Een verdubbelingsmartingale verhoogt de inzet na verlies: 100, 200, 400, 800, 1.600 en 3.200 EUR. Zes zulke verliezen bedragen samen 6.300 EUR vóór kosten. Of dat een rekening uitput, hangt van beginkapitaal, volume- en margineisen af. Er volgt geen universele faalkans of regel dat iedere rekening precies zes verliezen overleeft. Anti-martingale verkleint de volgende procentuele geldinzet na kapitaalverlies, maar garandeert evenmin overleving.
Beide regels kunnen mechanisch worden toegepast. Impulsief verhogen uit wraak is een ander gedrag dan een vooraf beschreven regel volgen; de naam alleen onthult geen motief. Claims over wat professionals doen vervangen de formule, invoer en volledige vermogensroute niet.
Afronden kan ook de einduitkomst veranderen
Na de eerste daling maakt de afgeronde kleinere inzet herstel asymmetrisch: het einde wordt 19 in plaats van 20.
- Winst dan verlies
- 20→22→20 – Inzetten twee en twee.
- Verlies dan winst
- 20→18→19 – Inzetten twee en één.
- Omslagpunt
- 18 × 10%=1,8→1 – Herberekenen én afronden vóór elke stap.
In het oorspronkelijke experiment is het startkapitaal twintig willekeurige eenheden. Vóór iedere uitkomst wordt 10% naar beneden afgerond op hele inzet-eenheden. Winst voegt één inzet toe; verlies trekt één inzet af. Eerst winst en dan verlies geeft 20→22→20. Eerst verlies en dan winst geeft 20→18→19: 10% van 18 is 1,8, afgerond slechts één. Dit zijn geen echte brokerstappen en 10% is geen advies. Kosten en koersgaten ontbreken. Zonder afronding zouden dezelfde procentfactoren dezelfde eindproductwaarde geven; de discrete regel maakt hier ook de volgorde van belang voor het einde.
Fixed fractional: budget delen door verlies per lot
Het kostenloze model luidt: loten = kapitaal × fractie / (stopafstand × pipwaarde per lot in rekeningvaluta). Op 10.000 USD geeft een gekozen 2% een budget van 200 USD. Bij EUR/USD, 10 USD per pip per standaardlot en een exact uitgevoerde stop van vijftig pips is het modelverlies 500 USD per lot. De omvang wordt 0,40 lot. Bij 12.000 en 8.000 USD wordt dat respectievelijk 0,48 en 0,32 lot.
Een EUR-rekening vereist een expliciete omzetting van de USD-pipwaarde. Kosten, minimale omvang, volumestap en werkelijke uitvoerprijs kunnen de uitkomst veranderen. Op 10.000 USD betekenen gekozen fracties 0,5–1% bedragen van 50–100 USD; 1–2% geeft 100–200, 2–3% geeft 200–300 en 5% geeft 500 USD vóór de eerste transactie. Deze banden zijn rekeninputs, geen ervaringsafhankelijke aanbevelingen.
Een verliesreeks berekenen is geen kans berekenen
Bij ieder verlies exact fractie r van het direct voorafgaande kapitaal, zonder kosten, gaten, stortingen of afronding, resteert na n verliezen: startkapitaal × (1−r)ⁿ. Met 2% geven tien, twintig en dertig verliezen ongeveer 18,29%, 33,24% en 45,45% drawdown. Bij 5% geven tien verliezen 40,13% en twintig 64,15%; er resteert dan 35,85%. Met 10% geven twintig verliezen 87,84% drawdown; herstel vanaf het restant vergt circa 722,53% groei.
Die uitkomsten zijn voorwaardelijk aan de voorgeschreven reeks. Ze zeggen niet hoe waarschijnlijk de reeks is of welk resterend bedrag operationeel onvoldoende wordt. Een lager percentage vertraagt in dit model de afname van geldinzet; het bewijst geen aanvaardbaar staartrisico, adequaat margeoverschot of hersteltempo.
Fixed ratio: winstgrenzen in plaats van stoprisico
Fixed ratio wordt geassocieerd met Ryan Jones en The Trading Game uit 1999. De hier uitgewerkte regel begint bij één eenheid en gebruikt een delta. Van n naar n+1 eenheden is aanvullend n × delta winst nodig; de cumulatieve grens voor n eenheden is delta × n(n−1)/2. Met 2.000 EUR delta blijven nul tot minder dan 2.000 EUR cumulatieve winst één lot; 2.000 tot minder dan 6.000 twee; 6.000 tot minder dan 12.000 drie; 12.000 tot minder dan 20.000 vier. Leg grensinclusie expliciet vast.
De regel gebruikt gesloten cumulatieve winst en bepaalt niet zelf het verlies bij de stop. Het is geen bewijs van een groeivoordeel tegenover fixed fractional. Beschrijf ook de afbouw als winst terugloopt; zonder die regel is de methode niet reproduceerbaar. De genoemde boekverwijzing ondersteunt de herkomst van de methode, geen actuele Nederlandse norm of prestatiebelofte.
Kelly optimaliseert een specifiek model
In het binaire model met winstkans p, nettowinst b inzetten en verlies van één inzet is de Kelly-fractie f = (p × b−(1−p))/b. Voor p = 0,6 en +2/−1 inzet wordt f = 0,4. De verwachte natuurlijke loggroei per poging is 0,6 ln(1+2 f) + 0,4 ln(1−f). Volledige Kelly geeft circa 0,148342; halve Kelly f = 0,2 circa 0,112626, ongeveer 75,92% daarvan.
Deze verhouding geldt voor dit ideale model, niet willekeurig voor iedere strategie. Werkelijke kansen en uitbetalingen zijn geschat, kunnen veranderen en door kosten, afhankelijkheid en uitschieters worden vertekend. Kelly is geen voorgeschreven percentage voor een retailrekening. Een hoge theoretische fractie kan onderweg verliezen opleveren die niet passen bij de beschikbare middelen of draagkracht.
Uitvoering vastleggen
- Leg variant, kapitaalbasis, fractie en beslismoment vast. Een wekelijkse update is een andere regel dan herberekenen vóór iedere instap.
- Scheid parameterkeuze van beoordeling op andere gegevens. Bewaar kosten, stopafstanden en volume; een positief steekproefgemiddelde is een schatting.
- Registreer saldo, equity, rekeningvaluta, omzetting, gelijktijdige blootstelling en toegestane stappen. Controleer margin afzonderlijk.
- Vergelijk dezelfde in- en uitstappen over het volledige vermogenspad. Bewaar iedere wijziging van de regel en de reden daarvoor.
Fouten die een procentregel doorbreken
Een verouderde kapitaalbasis, omhoog afronden of discretionair opschalen na twee winnaars maakt een ander systeem dan beschreven. Hetzelfde vaste lot op 5.000 en 15.000 EUR geeft bij ongewijzigde stop en pipwaarde op de kleine rekening een driemaal zo hoog verliespercentage; exacte percentages ontbreken zonder die inputs. Meerdere longposities in XXX/USD delen USD-blootstelling, maar zijn door verschillende basisvaluta en correlaties niet identiek. Een ATR-controle kan veranderende stopafstanden zichtbaar maken, zonder het totale risico constant te houden.
Nieuw EUR-tegenvoorbeeld: winst en toch minder loten
Veronderstel voor een afzonderlijk instrument een constante pipwaarde in rekeningvaluta van 10 EUR per pip per lot en 0,01-lotstappen. Op 5.000 EUR, gekozen 1% en een stop van 25 pips is het budget 50 EUR en de omvang 50/250 = 0,20 lot. Na groei naar 6.000 EUR is het budget 60 EUR. Bij een nu vijftig pips brede stop daalt de omvang echter naar 60/500 = 0,12 lot. Het geldbudget stijgt, terwijl het volume daalt. Dit is geen tegenspraak: de verliesafstand verdubbelt.
Deze vaste EUR-pipwaarde is een expliciete fictieve contractaanname, geen actuele EUR/USD-omrekening. Exacte stops, geen kosten en geen gaten zijn aangenomen. Het model voorkomt dat je ieder lager volume na winst als fout of angst ziet. Anti-martingale organiseert de schaal; het verbetert geen enkele instap.
Wat je nu kunt controleren
- Bereken op dezelfde geregistreerde transacties een vaste-volume- en actuele-procentroute, inclusief kosten en afronding. Rapporteer de werkelijke modeldrawdowns zonder verbetering vooraf te veronderstellen.
- Maak een positiecalculator met equity, gekozen percentage, stopafstand, rekening-pipwaarde, volumevoorwaarden en kosten. Een invoer van bijvoorbeeld 1,5% is een scenario, geen advies.
- Schrijf een gecombineerde blootstellingslimiet en concrete reactie op verlies op. Iedere extra afbouw na een reeks is een afzonderlijk te beoordelen regel.
Vergelijk daarna Procentueel schalen of vaste loten: vergelijk dezelfde vermogensroute en Positiegrootte bij verschillende stops: pips, punten en rekeningvaluta. Nederlandstaligheid bepaalt geen woonland, rekeningbescherming of toepasselijke belasting; de rekenmodellen zijn algemeen en de voorbeeldvaluta expliciet.
Test wat je hebt geleerd
Ongeveer 2 minuten oefenen.
Antwoord en uitleg bekijken
Juist: 10% van 18 is 1,8. De regel rondt naar één af, dus het kapitaal eindigt op 19.
Andere vragen
Wat is het verschil met martingale?
Een verdubbelingsmartingale verhoogt de inzet na verlies; anti-martingale schaalt doorgaans op na winst en af na verlies. Zes verdubbelde verliezen vanaf 100 EUR kosten samen 6.300 EUR vóór kosten. Dat bepaalt geen universele faalkans.
Hoe bereken ik fixed fractional?
Deel het gekozen actuele geldbudget door modelverlies per lot. 10.000 USD × 2%/(50 pips × 10 USD per pip per lot)=0,40 lot vóór kosten en afronding. Omzetting, stopafstand en werkelijke uitvoering blijven afzonderlijke inputs.
Wat onderscheidt fixed ratio van Kelly?
Fixed ratio gebruikt cumulatieve-winstgrenzen met delta en bevat zelf geen stoprisico. Kelly optimaliseert verwachte loggroei onder een gespecificeerde uitbetalingsverdeling. Bij p 0,6 en +2/−1 is f 0,4; halve Kelly geeft in precies dat model circa 75,92% van de verwachte loggroei van volledige Kelly, zonder universele drawdowngarantie.
Welke fouten moet ik vooral controleren?
Controleer kapitaalbasis, stop, valutaomzetting, kosten, stappen en gecombineerde blootstelling. Een oude equitywaarde of omhoog geforceerde minimumomvang verandert de regel. Een positieve historische verwachting bewijst geen toekomstige winst.
Bronnen en controle
- Kelly — A New Interpretation of Information Rate,1956
Oorspronkelijk onderzoek, als herdruk beschikbaar via Ohio State: verwachte loggroei onder gespecificeerde kansen, uitbetalingen en herbelegging. Geen bewijs dat geschatte retailkansen stabiel of veilig zijn.
- CME — Proper Position Size
Futures-educatie verbindt geldbudget, stopafstand en contractwaarde. De hier getoonde percentages zijn modelinputs; niet overgenomen als algemeen geschikt advies voor Nederlandse CFD-klanten.
- MetaQuotes — Toegestane volumes
Eerste-partij platformdocumentatie onderscheidt minimum, maximum, stap en richtingslimiet. Werkelijke waarden moeten uit de specifieke brokercontractgegevens komen.
- Wiley-VCH — The Trading Game
Uitgeverscatalogus bevestigt Ryan Jones en Fixed Ratio Trading. Alleen geïndexeerde beschrijving toegankelijk; geen volledige boekcontrole of overname van promotionele groeibeloften.
De berekeningen gebruiken expliciete aannames. Ze vervangen geen actuele marktgegevens of voorwaarden van de aanbieder.
