In dit artikel
Na dit artikel kun je…
- Een latere dalwaarde aan de juiste eerdere piek koppelen.
- Saldo, rekeningwaarde en geldstroomgecorrigeerde eenheden onderscheiden.
- Herstelpercentage vanaf de kleinere basis berekenen.
Begrippen uitgelegd binnen het artikel
Drawdown Rekeningwaarde (equity) Saldo Demorekening Positiegrootte ESMA en CFD-productinterventie Stop lossEen fictieve rekening stijgt van 10.000 naar 11.500 EUR en daalt daarna naar 8.700 EUR. De terugval vanaf de eerdere piek is 2.800 ÷ 11.500≈24,35%. Dat is een waarneming uit het verleden. Zij bepaalt geen toekomstige verliesgrens, universele strategiekwaliteit of persoonlijke psychologische draagkracht. Begin daarom met de vraag welke vermogensreeks je meet.
Wat betekent drawdown precies?
Drawdown is een daling vanaf een eerdere piek in een benoemde reeks. Dat kan geboekt saldo, rekeningwaarde inclusief open resultaat of een voor externe geldstromen gecorrigeerde beleggingsindex zijn. Voor een positieve eerdere piek H en latere waarde K is de procentuele daling (H−K)÷H × 100%. Vermeld venster, meetfrequentie en reeks.
Het afzonderlijke USD-bronvoorbeeld begint op 10.000 USD. Een nieuwe piek is 11.500; daarna geeft 9.800 USD circa 14,78% terugval. Bij 8.700 USD wordt dat 24,35%, op één decimaal 24,3%. Nog een bronvoorbeeld stijgt zonder geldstromen van 10.000 naar 20.000 en daalt naar 15.000 USD: 25% drawdown, hoewel de waarde nog 50% boven de start ligt. Winst sinds start en terugval sinds piek beantwoorden andere vragen.
Een storting is geen beleggingsherstel. In het fictieve eenhedenmodel koopt 10.000 USD honderd eenheden van 100 USD. Daling naar 8.000 maakt de eenheidswaarde 80. Een storting van 8.000 koopt nog honderd eenheden tegen 80; het saldo wordt 16.000 maar de eenheidswaarde blijft 80. Nog 10% daling geeft 14.400 USD en tweehonderd eenheden van 72. De eenheidsreeks 100→80→80→72 heeft 28% MDD; de ruwe rekeningreeks 10.000→8.000→16.000→14.400 toont 20%. Het vereenvoudigde model vereist waardering op het geldstroommoment en claimt geen GIPS-conformiteit.
Maximum en minimum zonder volgorde zijn niet genoeg
De piek moet vóór het dal liggen. Globale extrema alleen geven voor A een niet-gebeurde daling.
- Reeks A
- 100→80→120→100 – MDD 20%; latere daling 16,67%.
- Reeks B
- 100→120→80→100 – MDD 33,33%.
- Gelijk in beide
- Start 100; einde 100; min 80; max 120 – Verschillend tijdspad bepaalt het verschil.
Reeks A is 100,80,120,100. De dalingen zijn 20% vanaf 100 en circa 16,67% vanaf 120: MDD 20%. Reeks B is 100,120,80,100: MDD is 40 ÷ 120≈33,33%. Beide hebben dezelfde beginwaarde, eindwaarde, hoogste en laagste waarde. Alleen in B komt 120 vóór 80. Een wereldmaximum en wereldminimum combineren zonder datumcontrole zou voor A een nooit waargenomen daling verzinnen. Dit zijn vier fictieve, gelijkmatig verdeelde indexwaarnemingen zonder geldstromen of aanvullende tussenliggende waarden.
Wat is maximale drawdown?
MDD is de diepste waargenomen terugval binnen het gekozen venster. Bij vier gemeten episoden van 8%, 14%, 23% en 11% is MDD 23%, niet het gemiddelde daarvan. Twee hypothetische strategieën met ieder 20% jaarrendement maar 5% en 35% MDD hebben verschillende historische paden. Die getallen geven geen faillissementskans of bewijs dat één methode geschikt is.
Een latere terugkeer naar de piek wist de oude maximale terugval niet. Bij onveranderde data en definitie kan uitbreiding van hetzelfde volledige venster het maximum niet verlagen. Een verschuivend venster, andere frequentie of datacorrectie kan wel een andere uitkomst geven. Noteer ook hoelang de rekening onder de piek bleef.
Herstel begint vanaf een kleinere basis
Na een verlies van fractie d, met 0≤d<1, is benodigde groei voor herstel d÷(1−d). Een verlies van 10% vraagt 11,11% groei; 20% vraagt 25%; 30% vraagt 42,86%; 50% vraagt 100%; 70% vraagt 233,33%; 90% vraagt 900%. Bij 80% verlies is 400% groei nodig. Na 100% verlies kan nul zonder nieuw kapitaal geen oude piek bereiken met een eindig procentueel rendement. Een storting is een aparte geldstroom.
Een fictief constant netto-jaarrendement van 15% zou het overgebleven vermogen verdubbelen in ln(2)÷ln(1,15)≈4,96 jaar. Met uitsluitend jaareindwaarnemingen ligt de eerste waarde boven een verdubbeling aan het eind van jaar vijf. Dit is een glad rekenmodel na 50% verlies, geen haalbaar rendementsdoel of voorspelling van hersteltijd.
Nieuw EUR-tegenvoorbeeld: het gesloten resultaat verbergt de daling
Neem een fictieve rekening zonder geldstromen, credit of afzonderlijke kosten. Het geboekte saldo blijft op drie meetmomenten 10.000 EUR. Een open positie staat achtereenvolgens op 0,−3.000 en 0 EUR; de rekeningwaarde is 10.000→7.000→10.000 EUR. Een uitsluitend op saldo berekende MDD is nul. De gemeten rekeningwaardereeks heeft 30% MDD, ook al sluit de positie uiteindelijk zonder resultaat.
Saldo-MDD 0% kan rekeningwaarde-MDD 30% verbergen; een nul eindresultaat wist het tussenliggende dal niet.
- Eerste meting
- Saldo 10.000; rekeningwaarde 10.000 EUR – Geen open resultaat.
- Middenmeting
- Saldo 10.000; rekeningwaarde 7.000 EUR – Open verlies 3.000 EUR.
- Laatste meting
- Beide 10.000 EUR – Open resultaat weer nul.
- Metingen
- Alle drie versus alleen eindpunten – Met alleen eindpunten blijft het dal onzichtbaar.
Dit verschil is geen bewijs dat de broker een fout rapport maakt: je hebt andere reeksen gekozen. Een dagelijks overzicht dat alleen het eerste en laatste moment bevat zou de tussentijdse 7.000 missen. De meetfrequentie bepaalt wat zichtbaar is. Vanuit 7.000 zou herstel naar 10.000 EUR een groei van 42,86% groei vereisen; een saldo dat al 10.000 toont is daarvoor geen vervangende basis.
Wat moet naast het percentage staan?
- Reeks: saldo, rekeningwaarde of geldstroomgecorrigeerde index.
- Frequentie: intraday, dagelijks of maandelijks; een korter gemeten interval kan extra dalen tonen.
- Geldstromen: behandeling van stortingen en opnamen, met waarderingen bij het geldstroommoment.
- Venster en volgorde: start en einde, eerdere piek, later dal en eventuele nog niet herstelde episode.
- Actuele blootstelling: een historisch maximum garandeert geen volgende uitvoeringsprijs.
In MT5 kun je via History en de contextmenu-opdracht Report/Overview of via View/Reports het handelsrapport openen. De documentatie onderscheidt dat rapport van de Strategy Tester. Het handelsrapport beschrijft Max. Drawdown met saldo en rekeningwaarde; de tester rapporteert onder meer absolute, maximale geld- en relatieve terugval afzonderlijk. Namen met vergelijkbare woorden maken deze velden niet uitwisselbaar.
Er is geen universeel verantwoord drawdownpercentage. Bepaal financieel draaglijke grenzen vóór het resultaat, onderzoek oorzaken en actuele blootstelling en houd rekening met koersgaten. Een gekozen reviewdrempel is een planinvoer; de feitelijke sluiting kan slechter uitvallen dan de bedoelde stop. Een historische terugval is geen toekomstige bovengrens.
Van meting naar een controleerbaar plan
- Bewaar tijdstempel, waarde en tot dan hoogste waarde onder dezelfde definitie. Weekwaarden kunnen een intraday dal missen.
- Beoordeel je verliesbudget. Een wijziging van 1% naar 0,5% risico per transactie is een gekozen model, geen verplichte reactie op 10% drawdown. Afdekken kan gevoeligheid, kosten en marge veranderen zonder herstelgarantie.
- Scheid regelconforme transacties, uitvoeringsverschillen en regelovertredingen in het dagboek. Die indeling bewijst geen voordeel of dat emotie de enige oorzaak was.
- Test een wijziging met expliciete regels, data, kosten en uitvoeringsaannames. Demo kan proceduregebruik toetsen, geen toekomstig live-MDD certificeren.
- Leg een review- of stopregel vooraf vast en noteer wat er met open posities gebeurt. Zeldzame schokken kunnen een beoogde grens overslaan.
Calculator: herstel gebruikt een andere noemer
De bronles start met een piek 10.000 USD en huidige waarde 8.000 USD: 20% drawdown,25% benodigd herstel. Wijzig alleen de huidige waarde naar 6.000 USD. Het tekort is 4.000 USD, drawdown 40% en herstel 4.000 ÷ 6.000≈66,67%. Een stijging van 40% geeft slechts 8.400 USD. De calculator vergelijkt twee bedragen met dezelfde vermogensdefinitie; hij zoekt niet het maximum in een volledige reeks en corrigeert geen externe geldstromen.
Onderzoek met echte brongegevens
Het afzonderlijke onderzoek naar ECB-EUR/USD-referentiekoersen vergelijkt 2016–2020 met 2021–2025 en bevat een reproduceerbare momentopname van veranderingen en terugvallen in referentiekoersen. Dit is geen live-uitvoeringsreeks of brokerrekeningtest. Gebruik de brondata en beschreven meetfrequentie voor reproductie; de uitkomsten zijn niet de fictieve rekeningmodellen hierboven.
Test wat je hebt geleerd
Ongeveer 2 minuten oefenen.
Antwoord en uitleg bekijken
De volgorde telt. A heeft 20% van 100 naar 80 en circa 16,67% van 120 naar 100.
Herstel begint vanaf de kleinere basis
Ongeveer 2 minuten oefenen met de rekenhulp.
Open het model met 10.000 USD piek en 8.000 USD huidig vermogen: 20% drawdown en 25% herstel. Wijzig alleen de huidige waarde naar 6.000 USD. Welk geldtekort en welke procentuele groei zijn nodig om de piek terug te bereiken?
Vergelijk drawdown en benodigde herstelgroei →
Bekijk resultaat en uitleg
Tekort 4.000 USD. Drawdown is 4.000 ÷ 10.000=40%; herstel 4.000 ÷ 6.000≈66,67%. Een 40% stijging geeft slechts 8.400 USD. Een verdere verliesreeks is een aparte berekening, niet het herstelpad.
Gebruik dezelfde vermogensdefinitie voor beide waarden. Het formulier vergelijkt twee bedragen, vindt geen maximum in een volledige reeks en negeert externe geldstromen.
Andere vragen
Wat verschilt tussen huidige en maximale drawdown?
Huidige terugval vergelijkt de laatste waarneming met de hoogste eerdere waarde. MDD is de grootste terugval in het venster. Uitbreiden van dezelfde onveranderde reeks kan MDD niet verlagen; een verschuivend venster, andere frequentie of datacorrectie kan wel een andere uitkomst geven.
Welk percentage is acceptabel?
Er is geen universele grens. Beoordeel betaalbaar verlies, blootstelling, liquiditeit en reviewregels. 50% verlies vraagt rekenkundig 100% groei op het restant, maar zegt niet wanneer of of herstel komt.
Betekent 30% MDD in een backtest ook 30% live?
Nee. Data, periode, uitvoering, kosten, geldstromen en frequentie bepalen het modelresultaat. Het verleden stelt geen volgende verliesgrens. Ongunstige scenario’s zijn aanvullende tests, geen gegarandeerde vermenigvuldigingsregel.
Wat betekenen Calmar en MAR?
Beide koppelen een benoemd geannualiseerd rendement aan positieve MDD-omvang. De vensterkeuze hangt af van de implementatie. Fundpeak gebruikt 36 maanden of een kortere beschikbare historie voor Calmar en de hele historie voor MAR. 10% jaarrendement gedeeld door 20% MDD is 0,5. Bij nul-MDD is de ratio ongedefinieerd.
Herstelt een storting mijn drawdown?
Een ruwe geldcurve kan een nieuwe piek tonen door een storting. Dat is geen beleggingsherstel. In het eenhedenmodel blijft de waarde per eenheid 80 nadat 8.000 USD wordt bijgestort; na een verdere daling naar 72 is de eenheids-MDD 28%.
Bronnen en controle
- MetaQuotes — Testing Report
Definities van absolute, maximale geld- en relatieve terugval voor saldo en rekeningwaarde. Geen algemene strategiegrenzen uit de aanvullende marketinginterpretaties overgenomen.
- MetaQuotes — Trading Report
Handelsrapport, keuze van rekeninghistorie en Max. Drawdown met saldo/rekeningwaarde. Dit is een andere rapportage dan de Strategy Tester.
- Morningstar — Calmar Ratio
Conventie samengestelde jaaropbrengst gedeeld door maximale drawdown. Geen geldverliesgarantie of universele kwaliteitsgrens.
- Fundpeak — Calmar Ratio en MAR
Eigen implementatie: laatste 36 maanden of kortere beschikbare historie voor Calmar, volledige historie voor MAR. Geen universele definitie van iedere leverancier.
De berekeningen gebruiken expliciete aannames. Ze vervangen geen actuele marktgegevens of voorwaarden van de aanbieder.
