Anna heeft in het oorspronkelijke fictieve model 2.500 USD rekeningwaarde en twee geaccepteerde koopposities: 0,05 lot EUR/USD en 0,05 lot GBP/USD. Veronderstel voor beide lineaire contracten 100.000 basiseenheden per lot en een pip van 0,0001. Een exacte ongunstige uitstap over vijftig pips kost dan 25 USD per positie, samen 50 USD vóór afzonderlijke kosten. Verschillende paarnamen voorkomen de gedeelde short-USD-blootstelling niet. Dit voorspelt geen Fed-reactie en garandeert geen stopuitvoering.

Wat Pearson-correlatie meet

Een gedefinieerde Pearson-coëfficiënt ligt tussen −1 en +1 en beschrijft lineaire samenhang binnen een gekozen steekproef. Noteer frequentie, periode en de precieze reeksen. Nul sluit een niet-lineaire relatie niet uit. Correlatie bewijst geen oorzaak, stabiele toekomstige samenhang of maximale gezamenlijke schade.

Trek bij uitgelijnde waarnemingen van elke reeks haar eigen gemiddelde af. Noem de som van gekwadrateerde afwijkingen Sxx en Syy, en de som van de gepaarde afwijkingsproducten Sxy. Dan is r = Sxy / √(Sxx × Syy), mits beide kwadratensommen positief zijn. Een ruwe productsom delen door twee standaarddeviaties zonder dezelfde normalisatie geeft niet automatisch deze formule.

Een gedeelde valuta kan een gemeenschappelijke factor zijn. Ontwikkelingen rond de andere valuta’s, de geselecteerde periode en meetwijze blijven afzonderlijk van belang. Lees Hedging: blootstelling afdekken daarom als het beïnvloeden van blootstelling onder expliciete aannames, niet als een automatisch gevolg van één matrixvakje.

Valutacombinaties om te onderzoeken

De volgende tabel toont noteringskenmerken en onderzoeksvragen. Het is geen gemeten correlatiematrix, ranglijst of bron van vaste coëfficiënten. Vergelijk eerst dezelfde sluitmomenten, rendementsdefinitie en periode.

Schuif op een klein scherm door de tabel om alle kolommen te lezen.

Gedeelde componenten bepalen de uitkomst niet
InstrumentenWat je apart controleert
EUR/USD en GBP/USDBeide noteren USD per basiseenheid; richting, omvang en EUR- en GBP-factoren blijven nodig.
EUR/USD en USD/CHFUSD staat aan verschillende zijden. Neem het teken van iedere positie mee vóór je geldresultaten vergelijkt.
AUD/USD en NZD/USDEen gedeelde USD-poot bewijst niet de sterkste correlatie of gelijke volatiliteit.
EUR/JPY en GBP/JPYBeide noteren JPY. Zet de resultaten om naar dezelfde rekeningvaluta.
USD/CAD en WTIAndere producten vragen uitgelijnde rendementen, eenheden en expliciete gegevens.
XAU/USD en DXYEen dollarnotering bewijst geen negatieve rendementsrelatie.

Noteringsalgebra, gemeten samenhang, bewegingsschaal en positierichting zijn verschillende gegevens. DXY lezen: zes valuta’s, quoteringsrichting en productverschillen geeft context bij de dollarindex; EUR/USD: prijs, beschikbaar volume en resultaat in euro bespreekt het afzonderlijke valutapaar. Geen van beide vervangt een eigen, reproduceerbare correlatieberekening.

Correlatie één maakt amplitudes niet gelijk

r = 1, toch een restpositieOorspronkelijk fictief USD-experiment over vier gemeenschappelijke perioden. X = [−1; +1; −2; +2], Y = 2 X, vaste lineaire eenheden, geen kosten.REKENVOORBEELDAfwijkingssomSxx 10, Syy 40, Sxy 20Eén tegen éénX − Y = [1; −1; 2; −2]USDTwee tegen één2 X − Y = [0; 0; 0; 0]USD
r = 1, toch een restpositie. Oorspronkelijk fictief USD-experiment over vier gemeenschappelijke perioden. X = [−1; +1; −2; +2], Y = 2 X, vaste lineaire eenheden, geen kosten.

Alleen 2 X − Y is hier bruto nul. Correlatie bepaalt niet zelfstandig de positiehoeveelheden.

Afwijkingssom
Sxx 10, Syy 40, Sxy 20 – Beide gemiddelden zijn nul; r = 20/√400 = 1.
Eén tegen één
X − Y = [1; −1; 2; −2] USD – Bewegingsamplitude blijft verschillend.
Twee tegen één
2 X − Y = [0; 0; 0; 0] USD – Uitsluitend onder de genoemde lineaire aannames.

Het bronexperiment gebruikt vier gemeenschappelijke perioden. X levert per positieve blootstellingseenheid −1, +1, −2, +2 USD; Y levert steeds tweemaal zoveel: −2, +2, −4, +4 USD. Beide gemiddelden zijn nul. Sxx = 10, Syy = 40 en Sxy = 20, dus r = 20/√400 = 1. Het zijn fictieve lineaire geldresultaten, geen valutakoersen of gemeten marktreeksen.

Eén X minus één Y geeft achtereenvolgens +1, −1, +2, −2 USD: er blijft blootstelling over. Alleen 2 X − Y geeft hier overal nul. De coëfficiënten blijven vast en kosten ontbreken. Dit is algebra, geen geschatte hedgeverhouding voor werkelijke valutaparen.

Nieuw EUR-tegenvoorbeeld: bruto neutraal, netto verlies

Neem afzonderlijk vier fictieve EUR-perioden met X = [−10; +10; −20; +20] en Y = 2 X. Ook hier is r = 1. Twee positieve X-eenheden en één tegenovergestelde Y-eenheid heffen hun brutoresultaat exact op. Veronderstel nu per periode 1 EUR kosten voor iedere X-eenheid en 3 EUR voor de Y-eenheid, ongeacht de richting.

De combinatie kost per periode 2 × 1+3 = 5 EUR, dus netto −5 EUR ondanks bruto nul. Over vier perioden is dat −20 EUR. De tarieven zijn verzonnen en de kostenregel hoort uitsluitend bij dit lineaire experiment. Het bewijst niet dat deze combinatie bij een echte broker mogelijk of optimaal is. Het laat wel zien welke informatie een correlatiegetal mist: eenheden én kosten.

Gezamenlijke blootstelling in geld uitdrukken

Een historische r van bijvoorbeeld 0,85 maakt EUR/USD en GBP/USD niet één identieke positie. Zij garandeert geen gelijke dagrichting of bewegingsomvang. In Anna’s scenario volgt 25+25 = 50 USD, of 2% van 2.500 USD, uit contracten, omvang en aangenomen fills. Het komt niet uit de coëfficiënt. Twee afzonderlijke prijsbudgetten van 1% vormen geen limiet van 1% voor de hele rekening.

Positief gecorreleerde reeksen kunnen gelijkgerichte posities versterken; negatief gecorreleerde reeksen kunnen dat bij tegenovergestelde posities doen. Alleen de absolute waarde van r zegt niet of transacties elkaar compenseren. Een grens van 0,70 is geen universele test op identieke posities. Bereken richting, hoeveelheid, valutaconversie en geldgevoeligheid afzonderlijk. Lees De 1%-regel: positie berekenen inclusief kosten en rekeningrisico voor het verschil tussen gekozen budget en werkelijke uitstap.

Een voortschrijdende correlatie reproduceerbaar berekenen

In de desktopversie van MT4 opent F2 het History Center. Daar kun je historie naar CSV exporteren; gedownloade historie kan afwijken van de handelsserver van de broker. In MT5 biedt het dialoogvenster voor symbolen de tabbladen Bars en Ticks, met Request en Export voor beschikbare historie van de brokerserver. Een momentopname van Market Watch is iets anders dan deze tijdreeks.

Lijn sluitmomenten en quoteconventies uit. Bereken eenvoudige rendementen als slotkoers/vorige slotkoers − 1: dertig opeenvolgende rendementen vereisen eenendertig slotkoersen. Pas Excel CORREL toe op gepaarde rendementsbereiken. Controleer ontbrekende waarnemingen, verschillende aantallen en een constante reeks; een nulstandaarddeviatie maakt de coëfficiënt ongedefinieerd.

Vensters van dertig, zestig en negentig rendementen zijn mogelijke gevoeligheidstests, geen universeel voldoende steekproeven. Bewaar einddatum, frequentie en geldig aantal paren. Een verschil tussen vensters is aanleiding om gegevens en selectie te onderzoeken; het benoemt niet vanzelf de oorzaak of een nieuw marktregime.

Een externe matrix kritisch gebruiken

Bij een hulpmiddel met bijvoorbeeld de naam Myfxbook of Investing.com controleer je de werkelijke parenlijst, gegevensbron, rendementsconventie en meetperiode. Gelijknamige instellingen hoeven geen identieke data te gebruiken; beschikbaarheid en interface zijn geen vaste aannames. Verschillen van 0,15 of 0,30 zijn geen universele diagnosegrenzen.

Een kort venster verdient een eigen kwaliteitsbeoordeling, geen automatische afwijzing. Waarden van 0,70 of 0,85 maken twee blootstellingen niet identiek. Evenmin bewijst correlatie een stabiele spread of co-integratie die een specifieke Valutacorrelatie: van juiste datums tot een uitvoerbare wisselcyclus-aanpak nodig kan hebben. Controleer eerst wat de strategie daadwerkelijk veronderstelt.

Stress vraagt om een afzonderlijk scenario

Trek een schatting uit rustige data niet mechanisch door naar stress. Kies expliciete ongunstige koersbewegingen, omzettingen, kosten en fills voor de werkelijke posities. Correlatie alleen zegt niet welk instrument stijgt, dat liquiditeit overal verdwijnt of welke systemen stoppen met noteren. Een grote beweging op één poot kan het resultaat domineren zonder hoge r.

Een eerder gemeten coëfficiënt verzekert dus geen portefeuille. Beoordeel zowel veranderende samenhang als veranderende bewegingsschaal. Beschrijf historische incidenten met hun eigen gegevens en periode; één gebeurtenis bewijst geen universeel crisispatroon. Een gemiddelde dagelijkse bandbreedte is evenmin een worstcaseschok.

Drie controles voor een bruikbare analyse

  1. Bewaar bron, paren, frequentie, venster en einddatum. Noteer richting en eenheden van iedere voorgestelde positie, inclusief de rekeningvaluta.
  2. Reproduceer één schatting met uitgelijnde rendementen. Registreer ontbrekende data en controleer dat beide reeksen variëren. Vergelijk alternatieve vensters zonder een permanent gemiddelde te veronderstellen.
  3. Werk een gezamenlijk geldscenario uit met expliciete bewegingen, contracten, omzetting, kosten en uitvoeringsonzekerheid. Verwissel een hoge correlatie niet met een geldlimiet.

Correlatie trekt stopscenario’s niet van elkaar af

De calculatoroefening gebruikt afzonderlijk 10.000 USD kapitaal, een gekozen 3%-grens van 300 USD en gemodelleerde verliezen van 100 en 75 USD. Samen is dat 175 USD, met 125 USD ruimte. Verander alleen het tweede verlies naar 125 USD: samen 225 USD, 2,25% van het kapitaal, met 75 USD ruimte.

Voer dat tweede verlies niet negatief in wegens een historisch correlatieteken. De calculator telt opgegeven verliesgevallen op; hij waardeert geen hedge en schat geen diversificatie. Het totaal is geen maximale mogelijke schade, VaR of correlatiemaatstaf. 3% is een oefeninput. Nederlandstaligheid bepaalt woonland niet; de oorspronkelijke USD-modellen en het nieuwe EUR-kostenvoorbeeld zijn gescheiden.