DXY vat USD samen tegenover een vastgelegd mandje van zes valuta’s. Euro weegt het zwaarst: een EUR/USD-vergelijking hergebruikt daardoor deels de input van de index zelf. Controleer samenstelling, quoteringsrichting, tijdstippen en instrument voordat je overeenstemming als extra bevestiging ziet. De cashindex, een future, brokerproduct en fondsdeel zijn verschillende reeksen.

Een geometrische index met een eigen basis

ICE U.S. Dollar Index, USDX of DXY, is een geometrische berekening met maart 1973 als basis 100. Stand 105 is voor deze maatstaf 5% boven de basis, niet USD 5% sterker tegenover iedere valuta. Gewichten zijn exponenten in een product van correct georiënteerde koersen, geen exacte lineaire vermenigvuldigers voor willekeurige procentbewegingen.

DX-futures worden sinds 1985 verhandeld. Hun prijs ontstaat op de markt en kan renteverschillen tegenover USD weerspiegelen; een verschil met cash-DXY is niet automatisch een fout of vroeg signaal. De index wordt beheerd door ICE Data Indices, LLC. Een broker-CFD of beursgenoteerd fonds heeft weer eigen voorwaarden.

Een gezamenlijke dollarbeweging controleert de richting

Veronderstel dat USD gelijktijdig exact 1% verliest tegenover iedere mandjevaluta, met afgestemde spottijdstippen. Alle grafiekreeksen starten genormaliseerd op 100. EUR/USD en GBP/USD krijgen factor 1/0,99 en eindigen 101,0101: ongeveer 1,0101% hoger. USD/JPY, USD/CAD, USD/SEK en USD/CHF krijgen factor 0,99 en eindigen 99. Negatieve exponenten keren de eerste groep terug naar het dollareffect. Alle gewichten tellen op tot 1, dus de gezamenlijke DXY-factor is 0,99¹=0,99 en de eindstand 99.

Dezelfde dollarbeweging, andere paaroriëntatieFictief gelijktijdig 1%-USD-verlies tegenover alle zes mandjevaluta’s, spot en afgestemde tijden, start 100.REKENVOORBEELDEUR/USD en GBP/USD100→101,0101Vier USD-basisparen100→99DXY100→99
Dezelfde dollarbeweging, andere paaroriëntatie. Fictief gelijktijdig 1%-USD-verlies tegenover alle zes mandjevaluta’s, spot en afgestemde tijden, start 100.

Inverse quotes stijgen ongeveer 1,0101%, maar de gemeenschappelijke dollarverzwakking en DXY blijven −1%.

EUR/USD en GBP/USD
100→101,0101 – Inverse factor 1/0,99.
Vier USD-basisparen
100→99 – Factor0,99.
DXY
100→99 – Gewichten sommeren tot 1.

Dit is een formulecontrole onder een expliciete modelvoorwaarde, geen normale correlatie of typische marktdag. De inverse quotering verandert het teken van het paar, niet het gemeenschappelijke dollareffect in DXY.

Zes componenten en het dominante eurogewicht

Schuif op een klein scherm door de tabel om alle kolommen te lezen.

Vaste gewichten en richting in de geometrische berekening
ValutaGewichtKoers en exponent
EUR57,6%EUR/USD −0,576
JPY13,6%USD/JPY +0,136
GBP11,9%GBP/USD −0,119
CAD9,1%USD/CAD +0,091
SEK4,2%USD/SEK +0,042
CHF3,6%USD/CHF +0,036

Euro verving in januari 1999 vijf eerdere Europese valuta’s met gezamenlijk hetzelfde 57,6%-gewicht. ICE beschrijft geen routinematige herweging naar de actuele wereldhandelsaandelen. De eurobijdrage is sterk en invers, maar de formule legt geen constante correlatie van bijvoorbeeld −0,95 vast.

Formuleafhankelijkheid is geen vaste correlatie

Meet correlatie op gesynchroniseerde waarnemingen en noteer periode, frequentie en niveaus versus gewone of log-rendementen. Er bestaat geen verplicht negentigdagvenster of wekelijkse controlefrequentie die betrouwbaarheid bewijst. Een veranderende steekproefcorrelatie is niet automatisch het vroegste signaal van een specifieke gebeurtenis. De structuur van de formule en een gemeten coefficient zijn verschillende objecten.

Wat ontbreekt en wat de brede Fed-index anders meet

DXY bevat bijvoorbeeld geen Chinese yuan of Mexicaanse peso. Stijgen zegt dus niet dat USD tegenover iedere wereldvaluta stijgt. Een ander mandje beantwoordt een andere vraag; een populaire grafieknaam maakt geen universele dollarmaatstaf.

De brede Fed-dollarindex gebruikt meer Amerikaanse handelspartners en gewichten op basis van bilaterale goederen- en dienstenhandel, met methodologische uitsluitingen. De gewichten worden jaarlijks aangepast en samenstelling periodiek beoordeeld; de huidige tabel bevat China en Mexico. Er zijn nominale reeksen en maandelijkse reële, met consumentenprijsindices aangepaste reeksen. Vergelijk procentveranderingen over dezelfde perioden, geen gelijke puntstanden. Historische waarden kunnen herzien worden.

Context, productvoorwaarden en gezamenlijke blootstelling

DXY kan mandjecontext bieden, maar EUR/USD is al de grootste component: overeenstemming is geen onafhankelijke bevestiging. Verschil kan door andere componenten ontstaan zonder de oorzaak of een hogere omkeerkans te identificeren.

Standaard ICE DX heeft 1000 USD per indexpunt en een tick 0,005 van 5 USD. Een volledig fictieve koop van één contract op 105,000 en verkoop op 105,250 geeft 250 USD vóór kosten. Entry-notional is 105.000 USD. Marge: vereist onderpand is niet die nominale waarde en evenmin maximaal verlies. Het standaardcontract heeft fysieke levering in zes valuta’s bij expiratie: controleer sluiten of rollen. Andere ICE-varianten of brokertickers vragen hun eigen multiplier, spread, financiering, onderliggende reeks en afwikkeling.

UUP, Invesco DB US Dollar Index Bullish Fund, is een beursgenoteerd commodity-poolproduct met delen op NYSE Arca. Het prospectus van 26 augustus 2026 beschrijft long-DX-futures gericht op een Deutsche Bank-excess-returnindex, met gespecificeerde inkomsten uit kasbeheer en kosten. Het deelrendement is daardoor niet simpelweg cash-DXY. Toegang en geschiktheid hangen van aanbieder en jurisdictie af; dit is geen wereldwijde beschikbaarheidsbelofte.

Short EUR/USD, short GBP/USD en long USD/JPY delen allemaal een sterkere-USD-richting. Verschillende tickers geven niet automatisch diversificatie. Meet getekende hoeveelheden, contracten, rekeningvalutaconversie en gezamenlijke scenario’s in plaats van zonder kwalificatie meer dollarposities toe te voegen.

Twee componenten kunnen de indexrichting omdraaien

Begin uitsluitend hypothetisch op DXY 105. Alleen EUR/USD +1% geeft factor 1,01^−0,576≈0,994285 en stand 104,3999: ongeveer −0,5715%. Alleen USD/JPY +5% geeft 1,05^0,136 en stand 105,6990: ongeveer +0,6658%. Samen, overige koersen vast, wordt het 105,0950 of +0,0904%. DXY en EUR/USD kunnen dus tegelijk stijgen. Dit is rekenkunde, geen gemeten kans of bewijs van een Fed-oorzaak.

Een tweede diagnose verwijdert de eurocomponent. Neem D=nieuwe/oude cash-DXY en E=nieuwe/oude EUR/USD op dezelfde tijdstippen. Dan is R=D/E^−0,576. Bij D=E=1,01 is R≈1,015805, dus ongeveer +1,5805% gewogen producteffect uit de overige vijf koersen. Het is geen gelijk gemiddelde, officiële nieuwe index, individuele oorzaak of onafhankelijk handelssignaal.

Eigen EUR-kascontrole. Veronderstel uitsluitend de eerdere werkelijk aangenomen 250 USD contractwinst en €6 afzonderlijke totale kosten. Bij een vaste modelconversie 1,10 USD/EUR resteert 250/1,10−6≈€221,27; bij 1,20 is het ≈€202,33. Het USD-resultaat blijft identiek. Deze twee afzonderlijke conversies zijn fictief, geen koersenpad of producttarief. Een procentuele indexbeweging en EUR-rekeningwinst hebben niet dezelfde noemer.

Mandje, reeks en gewichten afbakenen

Geometrisch middelen legt geen extra straf op kleine componenten: hun bijdrage volgt gewicht en beweging. Scheid cash, contractmaand, doorlopende futuresgrafiek en broker-CFD; noteer bij een doorlopende reeks ook de rollmethode. Het ontbreken van een valuta maakt DXY niet betekenisloos, en een breder mandje bewijst geen oorzaak. Kies de reeks die bij je vraag past en toets een eventuele handelsfilter apart na kosten.

Vier oefeningen en een vast dossier

  1. Reproduceer het gemeenschappelijke 1%-USD-verlies en de inverse stijging van EUR/USD/GBP/USD.
  2. Laat alleen USD/JPY 2% stijgen:105×1,02^0,136≈105,2832 of +0,2697%; EUR/USD kan gelijk blijven.
  3. Noteer cash of future, tijdstippen, rendementstype en gegevensperiode. Een kalender helpt gebeurtenissen dateren, geen indexlijn identificeert op zichzelf de oorzaak.
  4. Scheid punten, procenten en geld: 105→106 is één punt, ongeveer 0,9524%; standaard DX geeft 1000 USD per contract vóór kosten. Andere producten vragen andere specificaties.

Intermarketanalyse: tijdstippen, rente en valutaomrekening vergelijkt vervolgens rente en andere markten met expliciete tijdsafbakening. EUR/USD: prijs, beschikbaar volume en resultaat in euro geeft paarcontext; geen van beide valideert een DXY-filter zonder vaste regel en ongebruikte evaluatie.