Mean reversion is de hypothese dat een genoemde reeks dichter bij een vastgelegde referentie komt. Benoem beide vóór de toets. Een lage RSI, bandaanraking of lage ADX verplicht geen aankoop. Een voortschrijdend gemiddelde kan juist een onveranderde prijs inhalen. «Het gemiddelde bereikt» hoeft daardoor geen winstgevende transactie te zijn.

Twee stijgende reeksen bepalen geen terugkerend verschil

Correlatie één, maar het verschil loopt wegVier volledige gelijktijdige fictieve indexwaarnemingen P 100/102/104/106 en Q 100/104/108/112, gelijke willekeurige eenheden.REKENVOORBEELDP−Q0, −2, −4, −62P−Q100 op alle vier puntenBeperkingGeen stationariteitstest
Correlatie één, maar het verschil loopt weg. Vier volledige gelijktijdige fictieve indexwaarnemingen P 100/102/104/106 en Q 100/104/108/112, gelijke willekeurige eenheden.

Q=2P−100 geeft r=+1; P−Q is 0/−2/−4/−6. De gekozen coëfficiënt bepaalt welk object wordt onderzocht.

P−Q
0, −2, −4, −6 – Geen terugkeer binnen deze sample.
2P−Q
100 op alle vier punten – Andere coëfficiënt, ander object.
Beperking
Geen stationariteitstest – Geen toekomstige data of handelsuitvoering.

Fictieve indices in dezelfde willekeurige eenheid: P=100,102,104,106 en Q=100,104,108,112. Vier volledige gelijktijdige waarnemingen geven Q=2P−100 en Pearsoncorrelatie +1. Toch daalt P−Q van 0 naar −2, −4 en −6. Het keert binnen deze sample niet terug. Een ander object, 2P−Q, blijft hier juist 100.

Correlatie kiest geen eenheden, reeks of coëfficiënt en bewijst geen stabiliteit buiten deze vier punten. Dit is een deterministisch tegenvoorbeeld, geen stationariteitstest of voorspelling. Een getekende lijn tussen punten voegt geen onbekende waarnemingen toe.

Wat moet precies terugkeren?

Prijsniveau, afstand tot een bewegend gemiddelde en een modelspread P−βQ zijn verschillende objecten. Die modelspread is iets anders dan de Bid–Ask-spread van de broker. Benoem bronreeksen, eenheden, venster en hedgecoëfficiënt vóór onderzoek. Een hoge correlatie bewijst geen terugkeer van het gekozen verschil. Trendvolgende regels toetsen voortzetting, maar geen van beide stijlnamen bepaalt de toekomst.

Twee standaarddeviaties kunnen een beschrijvende prijsband vormen. Zij geven geen terugkeerkans aan een meebewegende twintigcandleband en garanderen geen terugkeer. Referentie, parameters en entryregel vragen eigen validatie.

Afstand en rekenconventies specificeren

Stationariteit betreft eigenschappen van een proces, waaronder gemiddelde, variantie en autocorrelatiestructuur. Stationaire veranderingen maken het niveau niet vanzelf stationair. Cointegratie is een andere hypothese. De augmented Engle–Granger-implementatie van statsmodels toetst als nulhypothese geen cointegratie, met I(1)-aannames voor de invoer. Een gefitte coëfficiënt of één testresultaat bewijst geen toekomstige stabiliteit of nettorendement. Gebruik later geschatte parameters niet alsof ze eerder bekend waren.

Traditionele Bollinger Bands gebruiken een eenvoudig gemiddelde en standaarddeviatiebreedte; 20 en 2 zijn defaults, geen bewezen optimum. Een tag geeft relatieve locatie, geen automatische order. RSI 30/70 levert evenmin een winstkans. Onze afstand is z=(prijs−gemiddelde)/standaarddeviatie. Noteer venster, huidige-candle-inclusie en deler N−ddof. ADX kan een aparte regimefilter zijn, maar lage waarde garandeert geen toekomstige range en hoge waarde is geen universeel verbod. Vergelijk vaste varianten later; meerdere prijstransformaties zijn geen automatisch onafhankelijk bewijs.

Schuif op een klein scherm door de tabel om alle kolommen te lezen.

Zelfde huidige Bid 1,0996, ander vier-closevenster; pip 0,0001
ConventieGemiddeldeStandaarddeviatiez
Eerdere 1,1000 / 1,1002 / 1,0998 / 1,1000; huidige uitgesloten1,1000√2≈1,4142 pips bij ddof 0−2,8284
Huidige vervangt oudste 1,10001,0999√5≈2,2361 pips bij ddof 0−1,3416

In de eerste rij is som kwadratische afwijkingen 8 pips². Inclusie verandert zowel referentie als spreiding. Alleen de eerste rij slaagt voor een fictieve z≤−2-filter. Dat is een conventieverschil, geen bewijs van een betere parameter.

Een band kan worden gevolgd zonder terugkeer

De maker van Bollinger Bands onderscheidt tags van signalen: prijzen kunnen langs een buitenband blijven lopen. Posities toevoegen na verlies verandert blootstelling, niet de wiskundige kans op terugkeer. Onderzoek eerst welk niveau of residu de bedoelde eigenschappen heeft.

Ook met hetzelfde eerdere venster wijzigt ddof de uitkomst. Deler vier geeft √(8/4)≈1,4142 pips; deler drie geeft √(8/3)≈1,6330. Afstand −4 pips levert z≈−2,8284 of −2,4495. Een zelfgekozen z≤−2,5-filter slaagt alleen bij ddof 0. Deze grens toont het verschil en is geen optimale instelling.

Leg nulspreiding vast. Als alle vensterprijzen gelijk zijn, vraagt de berekening delen door nul; bij gelijke huidige prijs ontstaat 0/0 en is z ongedefinieerd. Rapporteer niet stilzwijgend nul of een entry. Een twee-deviatieband geeft geen 95%-terugkeerkans; RSI en een candle erbij maken daar geen winstbewijs van.

Een complete entry- en exitregel

Leg meetreeks, prijsbasis, venster, signaaltijd, uitvoeringszijde, volume en kosten vast. Een steun-/weerstandsfilter is optioneel en vraagt eigen vergelijking. Bewaar ook signalen die de referentie nooit bereiken.

Kies expliciet een bevroren doel op de signaalreferentie of een later bijgewerkt doel. Definieer verliesexit, maximale houdperiode en annulering. Een stop op 1,5 ATR is een mogelijke parameter, geen noodzakelijke standaard of gegarandeerd klein verlies. Een gemiste tijdlimiet betekent dat het doel binnen die tijd niet is gehaald, niet dat daarmee een nieuwe trend is bewezen. Beoordeel bedragen en frequenties samen.

Het gemiddelde bereikt een onveranderde prijs

Vervolg de fictieve Bid-reeks met drie extra closes 1,0996. Vier-closegemiddelden inclusief huidige candle zijn op t0, t1, t2, t3: 1,09990, 1,09975, 1,09970 en 1,09960. De prijsafstand wordt −3, −1,5, −1 en 0 pips zonder koersstijging. Het oude bevroren doel 1,1000 wordt in deze reeks niet geraakt. Op t3 zijn alle vier prijzen gelijk en is z ongedefinieerd.

Neem 10.000 EUR koop tegen eerste Ask na t0 van 1,0997 en verkoop na t3-signaal tegen Bid 1,0996. Totale commissie 0,40 USD, USD-rekening, geen financiering of overige kosten. Netto (1,0996−1,0997)×10.000−0,40=−1,40 USD. Spread zit al in de fills. De bijgewerkte gemiddelde lijn wordt bereikt met verlies. Een aparte hypothetische exit-Bid 1,1000 zou +2,60 USD geven, maar komt niet in deze onveranderde reeks voor.

Onafhankelijk EUR-paarmodel. Neem fictieve EUR-geprijsde eenheden P=50,51,52 en Q=40,42,44. Een long van één P en short van één Q verandert bruto met +2−4=−€2, hoewel hun prijsrelatie perfect lineair is. Twee P tegenover één Q geeft bruto nul verandering, maar bij aangenomen €3 gezamenlijke kosten netto −€3. Dat zijn verschillende blootstellingen en verschilreeksen. Een constante modelspread is geen kosteloze arbitrage; financiering, contracten en toekomstige stabiliteit zijn niet gespecificeerd.

Geschiktheid vraagt een volledige toets

Een stijlnaam, risicobeheer en discipline garanderen geen winst. Historische ESMA-CFD-verliesranges uit 2018 beschrijven geen actuele verlieskans van deze stijl. Test instrument, contract, entry, exits en kosten met alle kwalificerende signalen. De Nederlandse taal bepaalt geen woonplaats of toepasselijk aanbiedersrecht.

Een concreet onderzoekprotocol

  1. Definieer het object en zijn eenheden: prijs, afwijking of gewogen spread. Kies coëfficiënten zonder toekomstige data.
  2. Bewaar venster, prijszijde, ddof, huidige-candle-inclusie en nulvariantiebeleid; controleer identieke invoer vóór resultaatvergelijking.
  3. Bevries of update het doel volgens een vaste regel, met uitvoerings-, verlies- en tijdexits plus kosten.
  4. Scheid parameterkeuze van latere evaluatie en registreer alle signalen in een handelsplan.
  5. Toets eventuele toevoegingen na verlies als aparte blootstellingsregel. Een demo-aantal of 1%-budget bewijst geen gereedheid of rendement.

De gids marktregimes scheidt de meting van aannames over toekomstig gedrag; correlatie en paren werkt gezamenlijke reeksen verder uit.