Tankan is de Japanse bedrijfsenquête van de Bank of Japan. Houd drie vragen apart: hoe beoordelen bedrijven omstandigheden nu, wat verwachten zij voor later en hoe wijkt de nieuwe uitkomst af van een vooraf vastgelegde externe prognose? Verbetering, een negatief saldo en teleurstelling tegenover verwachting kunnen tegelijkertijd kloppen.

Enquêteperiode, publicatie en exacte rij

De Short-Term Economic Survey of Enterprises in Japan vindt in maart, juni, september en december plaats. Resultaten verschijnen gewoonlijk begin april, juli en oktober en medio december. Controleer de concrete BoJ-agenda; de enquêtemaand en de publicatiemaand zijn niet hetzelfde.

Business Conditions DI vraagt naar favourable, not so favourable of unfavourable. De middelste keuze betekent niet dat omstandigheden onveranderd zijn. Het rapport bevat daarnaast jaarcijfers, plannen en inflatieverwachtingen: andere grootheden met andere eenheden. Bewaar volledige rijnaam, bedrijfsgroep, referentieperiode en gegevensversie. Alleen noteren dat Tankan tien was, laat essentiële informatie weg.

Nonmanufacturing omvat meer dan diensten, onder meer andere niet-industriële branches. Grote industriële bedrijven vormen een eigen reeks, geen volledige samenvatting van ieder bedrijf. Ook kleine bedrijven zijn naar branche afgebakend. Meng omvang, branche en planvarianten niet tot één ongedefinieerde totaalscore.

De diffusie-index is geen productiegroei

Voor Business Conditions DI trek je het aandeel ongunstige antwoorden van het aandeel gunstige af. De uitkomst luidt in procentpunten. BoJ telt deze antwoorden eenvoudig samen zonder een weging naar bedrijfsgrootte voor de DI. Gepubliceerde aandelen worden afgerond; onze voorbeelden gebruiken aantallen waarvoor dat geen verschil maakt.

In periode A van een fictieve groep met tweehonderd geldige antwoorden zijn veertig gunstig, tachtig middelste en tachtig ongunstig: twintig, veertig en veertig procent. DI is 20−40=−20. In B zijn het vijftig, negentig en zestig: vijfentwintig, vijfenveertig en dertig procent; DI 25−30=−5.

Het saldo verbetert vijftien punten, maar ongunstige antwoorden blijven talrijker dan gunstige. Dat is geen vijftien procent productiegroei of gunstige meerderheid. Afzonderlijk geven zowel de verdeling 20/60/20 als 40/20/40 een DI van nul, met sterk andere aantallen extreme antwoorden. Eén saldo reconstrueert de verdeling dus niet. Deze aantallen zijn geen historische Tankan-resultaten.

Een nieuwe prognose beoordeelt de oude prognose niet

Elke prognose heeft een eigen doelperiodeDezelfde fictieve DI-reeks: K1 verwacht 12 voor K2, K2 uitkomst 8, nieuwe K3 verwachting 14.REKENVOORBEELDOude verwachting voor K212 procentpuntUitkomst K28 procentpuntNieuwe verwachting voor K314 procentpunt
Elke prognose heeft een eigen doelperiode. Dezelfde fictieve DI-reeks: K1 verwacht 12 voor K2, K2 uitkomst 8, nieuwe K3 verwachting 14.

K2 fout is −4 procentpunt; verwachte K3 verandering +6. Nieuwe prognose min oude vergelijkt andere perioden.

Oude verwachting voor K2
12 procentpunt – Bewaren met publicatie en doelkwartaal.
Uitkomst K2
8 procentpunt – 8−12=−4.
Nieuwe verwachting voor K3
14 procentpunt – 14−8=+6; 14−12 geen K2 fout.

Het fictieve K1-rapport verwacht DI 12 voor K2. De gerealiseerde beoordeling in K2 wordt acht; de nieuwe prognose voor K3 is veertien. De fout voor K2, uitkomst min de eerdere prognose voor diezelfde periode, is 8−12=−4 procentpunt. De verwachte verandering van huidig K2 naar K3 is 14−8=+6.

Veertien min twaalf is wel twee, maar vergelijkt prognoses voor verschillende perioden. Het vervangt niet de fout van min vier en is geen gerealiseerde verbetering in K3. Bedrijfsgroep, samenstelling en versie blijven in deze oefening gelijk. Bewaar zowel publicatiekwartaal als doelkwartaal bij iedere verwachting.

Drie vergelijkingspunten, drie auteurs of perioden

Forecast bij bedrijfsomstandigheden is de verwachting van de bevraagde ondernemingen voor drie maanden later. Het is niet de vorige actuele DI, een externe analistenconsensus of de beleidsprognose van de BoJ. Kun je geen externe verwachting terugvinden die vóór release is vastgelegd, markeer dat verschil als niet beschikbaar. Vul het niet met de bedrijfsprognosekolom.

Voor dezelfde fictieve actuele DI −5 geeft een vorige actuele −20 een verbetering van +15 punten. Een vooraf vastgelegde externe consensus −2 betekent dat de uitkomst drie punten tegenvalt. Een nieuwe bedrijfsprognose +1 ligt zes punten boven nu. Alle beschrijvingen zijn tegelijk consistent en geen ervan geeft een automatische JPY-order.

Investeringsplannen zijn voorgenomen besteding, geen voltooide uitgave. Bedrijfsinflatieverwachtingen zijn geen gegarandeerde inflatie. Een fictief jaarplan 110 tegenover vorigjaarsbasis 100 groeit tien procent. Een later plan 108 tegenover een herziene basis 90 groeit twintig procent. Het bedrag daalt twee terwijl het groeipercentage stijgt. Bewaar teller, noemer en beide versies in plaats van alleen de groeikop.

Hoger groeicijfer met kleiner jaarplanFictieve nominale plannen en eerdere jaarbasis, geen voltooide bestedingen.REKENVOORBEELDEerste versie110 tegen 100Latere versie108 tegen 90Beide velden nodigTeller én noemer
Hoger groeicijfer met kleiner jaarplan. Fictieve nominale plannen en eerdere jaarbasis, geen voltooide bestedingen.

Plan 110→108 daalt twee, terwijl procentuele groei door basis 100→90 stijgt van 10 naar 20%.

Eerste versie
110 tegen 100 – +10%.
Latere versie
108 tegen 90 – +20%.
Beide velden nodig
Teller én noemer – Geen vaste som van verschillende Tankan-maatstaven.

Een concreet tijdstip in Japan en Amsterdam

De BoJ-FAQ noemt 08:50 Japan Standard Time, UTC+9. Converteer voor de echte datum en houd lokale zomertijd bij. Summary en Outline verschijnen samen; de bronindex vermeldt de septemberenquête 2026 op 1 oktober en het Comprehensive Data Set op 2 oktober. Een later detailbestand was niet automatisch beschikbaar bij de eerste release.

Voor uitsluitend die datums is 08:50 Asia/Tokyo gelijk aan 01:50 Europe/Amsterdam op dezelfde kalenderdag. Dit is een tijdzoneberekening, geen nieuwe marktobservatie of constante Nederlandse publicatietijd voor het hele jaar. Plan de notitie vooraf met rijnaam, periode, oude bedrijfsprognose voor dezelfde periode en externe consensusbron.

Economische kalender gebruiken: tijdzones, revisies en echte ontvangst helpt dat log opzetten. Bewaar ook de vorige gegevensversie; dezelfde observatie kan verbeteren tegenover vroeger en toch tegenvallen tegenover verwachting. De termen meten verschillende referenties, geen inconsistentie in het rapport.

De enquête is geen koers of beleidsbesluit

Tankan voegt ondernemingsantwoorden samen. BoJ-beleid en de wisselkoers zijn andere uitkomsten. Een hoge DI bepaalt geen volgende rente of zekere yenversterking. Een hypothese over verwachtingen vergt apart onderzoek met vooraf gekozen paar, prijsbron, begin- en eindtijd en gelijktijdige gebeurtenissen.

Behoud rustige publicaties en bewegingen tegen je hypothese. Nabije tijdstempels bewijzen geen oorzaak. Als je een transactie modelleert, gebruik eigen uitvoeringsprijzen en kosten in plaats van automatisch de koersobservaties. Fed, ECB en BoJ vergelijken: welke rente, welke looptijd, vanaf wanneer? helpt survey, beleid en de informatie over de andere valuta naast elkaar plaatsen.

Kan de samenstelling het verschil verklaren?

BoJ beschrijft reguliere steekproefherzieningen, normaal iedere twee of drie jaar. De mededeling van maart 2026 verwijst naar voor/na-cijfers voor dezelfde enquête van december 2025. Lees die vergelijkbaarheidsinformatie. Een echte DI-verandering is niet automatisch een artefact en rechtvaardigt geen zelfgekozen correctie.

Ons extreme tegenvoorbeeld is niet die BoJ-procedure. Ieder bedrijf van type A blijft altijd gunstig antwoorden, ieder type B altijd ongunstig; middelste antwoorden ontbreken. De eerste steekproef bevat tien A en negentig B, de tweede negentig A en tien B. Beide bevatten honderd bedrijven.

DI gaat van 10−90=−80 naar 90−10=+80, een verschil van 160 punten zonder één gewijzigde mening. Bij constante eerste verhoudingen blijft hij −80. Beweren dat deze bedrijven hun beoordeling verbeterden, zou onjuist zijn. Dit toont een mogelijkheid, niet de gemeten omvang van een werkelijk Tankan-samenstellingseffect.

Andere steekproef, dezelfde meningenA antwoordt altijd gunstig, B altijd ongunstig, geen middelste antwoorden; honderd bedrijven per periode.REKENVOORBEELDEerste mengsel10 A / 90 BTweede mengsel90 A / 10 BEerste gewichten vastDI −80
Andere steekproef, dezelfde meningen. A antwoordt altijd gunstig, B altijd ongunstig, geen middelste antwoorden; honderd bedrijven per periode.

DI −80→+80 kan in dit extreme model volledig door mengsel komen; geen werkelijk BoJ-effect geschat.

Eerste mengsel
10 A / 90 B – DI 10−90=−80.
Tweede mengsel
90 A / 10 B – DI 90−10=+80.
Eerste gewichten vast
DI −80 – Niemand heeft zijn eigen oordeel veranderd.

Nieuw EUR-tegenvoorbeeld: een hoger yenplan is geen hoger eurobedrag

Een fictief investeringsplan stijgt van 12.000.000 naar 12.600.000 JPY, dus vijf procent. Neem afzonderlijk aangenomen omrekenkoersen van 160 en 180 JPY per EUR. Het EUR-equivalent verandert dan van 75.000 naar 70.000, een daling van vijfduizend of ongeveer 6,67%. De yenbedragen en hun koersbasis zijn allebei nodig.

Het gaat om dezelfde rekenvraag met andere valuta-eenheden, niet om de echte door bedrijven verwachte EUR/JPY-koersen of om gerealiseerde aankopen. Een plan blijft een plan. De gekozen koersen zijn fictief en voorspellen de markt niet; timing, kosten en afdekking zijn niet gemodelleerd. Deze berekening levert evenmin een Nederlands belasting- of begrotingsvoorschrift.

Yenplan en euro-equivalent kunnen tegengesteld veranderenFictief plan 12 miljoen→12,6 miljoen JPY, koers 160→180 JPY/EUR.REKENVOORBEELDEerste plan12.000.000/160=75.000EURNieuw plan12.600.000/180=70.000EURVerschil−5.000 EUR
Yenplan en euro-equivalent kunnen tegengesteld veranderen. Fictief plan 12 miljoen→12,6 miljoen JPY, koers 160→180 JPY/EUR.

Plan +5% in JPY, EUR-equivalent 75.000→70.000: ongeveer −6,67%.

Eerste plan
12.000.000/160=75.000 EUR – Geen echte wisselkoers.
Nieuw plan
12.600.000/180=70.000 EUR – Geen gerealiseerde investering.
Verschil
−5.000 EUR – Eenheid en omrekenbasis expliciet houden.

Drie controles voor een eigen Tankan-notitie

  1. Bewaar werkelijke publicatiedatum, 08:50 JST en enquêteronde. Converteer naar een benoemde lokale zone; een maandherinnering identificeert de gebeurtenis niet.
  2. Label iedere rij, bijvoorbeeld Business Conditions DI, grote industriële bedrijven, actueel. Noteer bij andere rijen branche, omvang, eenheid en planjaar apart.
  3. Vergelijk dezelfde reeks en doelperiode. Bewaar actuele DI, vorige DI en externe prognosebron apart; beoordeel een oude bedrijfsprognose met de latere uitkomst voor haar eigen doelkwartaal.

Bank of Japan: yenbeleid, carry en interventies bespreekt de volgende stap: een beleidsbesluit onderscheiden van een ondernemingsenquête. Een Tankan-getal wordt informatiever met die labels, zonder een beleidsverwachting als vastgesteld besluit te presenteren.