De hier bedoelde martingale verdubbelt de volgende inzet na een gesloten verlies en start opnieuw na winst. «Eén winst maakt alles goed» geldt alleen bij genoemde uitbetalingen, kosten en voldoende capaciteit voor de volgende poging. De fictieve modellen hieronder scheiden geldverlies, marge en expliciete kansaannames. Geen persoonlijke lezerservaring of gegarandeerde rekeninguitkomst wordt verondersteld.

De algebra van een eindigende cyclus

Bij even-money-uitkomsten zonder kosten laten verliezen 1+2+4+8+16=31 USD, gevolgd door winst 32, precies 1 USD over. Dat beschrijft een cyclus die vóór de limiet werkelijk met winst eindigt. Vanaf basis 2 USD is na n verliezen totaalverlies 2(2ⁿ−1) en volgende inzet 2×2ⁿ. Dit verhoogt de winstkans niet en bewijst geen financiering van een oneindige reeks.

Een cyclus die op de verlieslimiet eindigt heeft een andere uitkomst. Eindig vermogen, volumegrenzen, veranderende stopafstand en kosten doorbreken de eenvoudige herstelredenering. Alleen lots verdubbelen verdubbelt niet noodzakelijk de geldelijke uitbetaling.

Openingscapaciteit is iets anders dan stop-out

Neem een aparte USD-rekening van 10.000, EUR/USD-contract 100.000 EUR per lot en pip 0,0001. Begin op 0,01 lot; exact 20 pips geeft ±2 USD. Iedere positie sluit vóór de volgende opent. Volume verdubbelt alleen na verlies en reset na winst. Kosten, financiering en slippage ontbreken in dit eerste model.

Schuif op een klein scherm door de tabel om alle kolommen te lezen.

Gesloten verliezen en de volgende positie
Aantal verliezenCumulatief USD-verliesVolgende lotgrootte
120,02
3140,08
5620,32
72541,28
85102,56

Na acht verliezen blijft equity 9.490 USD. Negende positie 2,56 lot is 256.000 EUR. Bij aangenomen 30:1 en vaste EUR/USD 1,0800 is marge (256.000/30)×1,08=9.216 USD en vrije marge 274. De 30:1-referentie voor majors in het ESMA-retail-CFD-model van 2018 is historische context, geen huidig individueel recht bij iedere aanbieder of klantcategorie.

Twaalf pips verlies kosten 307,20 USD: equity 9.182,80 en margeniveau circa 99,64%. Dat bereikt geen aangenomen 50%-close-out. Zelfs de exacte 20-pipsstop laat equity 8.978 en niveau circa 97,42%, zonder andere posities, kosten of gewijzigde marge. Vrije marge=equity−marge verschilt van margeniveau=equity/marge× 100%. Kleine of negatieve vrije marge bewijst niet dat 50% is bereikt. Platform-stop-out kan bovendien een percentage of geldbedrag gebruiken.

Na negen gesloten verliezen is totaal 1.022 USD weg en equity 8.978. De volgende 5,12 lot verlangt onder dezelfde vaste aannames 18.432 USD marge: die positie kan niet worden geopend. Dat is een financieringslimiet, niet het eerder ten onrechte voorspelde 50%-stop-outmoment.

Verdubbel je volume of geldverlies?

Volume verdubbelt, geldverlies verdrievoudigtFictief EUR/USD, 10 USD per pip per lot. Exacte stops 20/30 pips, daarna winst 20 pips. Kosten, financiering en slippage uitgesloten.REKENVOORBEELDEerste verlies0,10 × 20 × 10 = 20 USDTweede verlies0,20 × 30 × 10 = 60 USDVolgende winst0,40 × 20 × 10 = 80 USD
Volume verdubbelt, geldverlies verdrievoudigt. Fictief EUR/USD, 10 USD per pip per lot. Exacte stops 20/30 pips, daarna winst 20 pips. Kosten, financiering en slippage uitgesloten.

−20−60+80=0 vóór kosten. Alleen lotverdubbeling garandeert geen herstel van een veranderende verliesafstand.

Eerste verlies
0,10 × 20 × 10 = 20 USD – Basis voor vergelijking.
Tweede verlies
0,20 × 30 × 10 = 60 USD – Volume ×2 en afstand ×1,5.
Volgende winst
0,40 × 20 × 10 = 80 USD – Netto cyclus vóór kosten nul.

Een afzonderlijke cyclus gebruikt 0,10→0,20→0,40 lot, maar stops veranderen van 20 naar 30 pips. Bij vaste 10 USD/pip per lot zijn de eerste verliezen 20 en 60 USD: volume verdubbelt, geldverlies verdrievoudigt. Een volgende winst van 20 pips op 0,40 geeft 80 USD en herstelt slechts −20−60+80=0 vóór kosten. Stops vullen hier exact; dit zijn geen maximale werkelijke verliezen. Pas vaste-inzetalgebra niet toe op wisselende uitbetaalafstanden.

Positieve cycli, kosten en verwachting

Neem nu expliciet onafhankelijke even-money-pogingen met winstkans 1/2 en maximaal acht pogingen per cyclus. Inzetten zijn 2,4,…,256 USD, zonder kosten. Stop bij eerste winst of achtste verlies. De volledig verliezende cyclus heeft kans 1/256≈0,39% en verliest 510 USD. Andere 255/256 cycli winnen elk 2. Verwachting (255/256)×2−(1/256)×510=0. Een hoog aandeel positieve cycli creëert geen positieve verwachting.

Voeg fictief 0,10 USD kosten toe per afgeronde 0,01-lotbasiseenheid, lineair met volume en zonder minimum of dubbelgetelde componenten. Na n verliezen en één winst worden 2ⁿ⁺¹−1 eenheden verhandeld. Netto is 2−0,10(2ⁿ⁺¹−1). Voor n=0,3,4,8 is dit +1,90, +0,50, −1,10 en −49,10 USD. Bij n=8 kosten de verliezen 25,50 en de winnende 2,56 lot 25,60: −510−25,50+512−25,60=−49,10. Die laatste winst herstelt dus niet alle kosten.

Onafhankelijk begrensd EUR-model. Kies basis €5, maximaal vijf onafhankelijke 50/50-pogingen en kosten €0,25 per ingezette basiseenheid. Zonder kosten winnen 31/32 cycli €5 en verliest 1/32 €155: verwachting nul. Bij vier verliezen en de vijfde winst zijn 31 eenheden verhandeld en netto €5−€7,75=−€2,75. Bij vijf verliezen is netto −€162,75. Het verwachte aantal verhandelde eenheden is vijf: iedere bereikskans 1/2ᵏ vermenigvuldigt inzet 2ᵏ tot één, voor vijf niveaus. Verwachte kosten zijn daarom €1,25 en nettoverwachting −€1,25 per financierbare cyclus. Dit is wiskunde onder vaste aannames, geen marktstatistiek.

Eén cyclus, herhaalde cycli en wachttijd

Bij onafhankelijke pogingen met verlieskans 0,5 is de verwachte wachttijd tot de eerste reeks van acht verliezen 2⁹−2=510 pogingen. Bij exact honderd per maand is dat 5,1 maanden in verwachting. Het kan veel eerder of later gebeuren; verwachting is geen deadline en echte uitkomsten hoeven niet onafhankelijk te zijn.

Bij honderd onafhankelijke financierbare cycli van het achtpogingenmodel is kans op minstens één volledig verlies 1−(255/256)¹⁰⁰≈32,39%. Dat is niet één-cycluskans 0,39% en niet exact honderdmaal die kans. Een mogelijke reeks van 99 winsten en één −510 geeft 99×2−510=−312 USD vóór kosten; die mogelijke uitkomst is niet de verwachting.

Er wordt geen percentage «martingalerekeningen naar nul» gegeven. ESMA’s interventieanalyse uit 2018 noemde historisch 74–89% verlieslatende retail-CFD-rekeningen in de onderzochte nationale gegevens. Dit is geen huidige aanbiederswaarschuwing en isoleert martingale niet. Controleer de actuele waarschuwing bij de juridische contractpartij.

Kosten en bescherming correct afbakenen

Spread schaalt bij vaste voorwaarden met volume; zit hij al in entry-Ask en exit-Bid, trek hem niet nogmaals af. Financiering hangt van richting, tarief, afrekentijd en dagmultiplier af en kan ook een credit zijn. Gewone stops kunnen slechter vullen. Marge kan conversie of staffels gebruiken; openingscapaciteit en gedwongen sluiting blijven aparte controles. Een drie weken durende prijstrend specificeert nog geen entries of verliesreeks.

Waar toepasselijke rekeninggebonden bescherming tegen negatief saldo geldt, beperkt zij aansprakelijkheid voor gedekte CFD’s tot het aan die rekening toegekende vermogen; zij bewaart dat vermogen niet. De AFM noemt onder meer hefboomlimieten, tijdige sluiting en restschuldbescherming voor CFD-aanbod in of vanuit Nederland. Controleer contractpartij, product, klantcategorie en toepasselijke maatregel. Nederlandse taal alleen bepaalt geen dekking of woonplaats.

Een recoveryrobot aan concrete regels herkennen

  1. Identificeer basisinzet, uitbetaalafstanden en de gebeurtenis die blootstelling verhoogt.
  2. Reproduceer gesloten én zwevende verliezen, kosten, marge en gelijktijdige posities.
  3. Noteer de escalatielimiet en uitkomst wanneer herstel vóór die grens uitblijft.
  4. Toets vaste regels op een gemeenschappelijke latere periode, niet alleen een gunstige geschiedenis.

«Grid», «averaging» of «recovery» bewijst niet dit exacte algoritme. Een groter lot na verlies kan bij een smallere stop hetzelfde geldrisico behouden. Omgekeerd kan een begrensde escalatie nog steeds een grote verliescyclus veroorzaken. Kijk naar alle blootstellingstermen, niet alleen de naam.

Anti-martingale en vaste fractie zijn andere regels

Anti-martingale vergroot na winst en verkleint na verlies. Daardoor kan blootstelling in een verliesreeks afnemen, maar gaps, kosten en andere posities blijven relevant. De omgekeerde volgorde levert zelf geen handelsvoordeel. Een vaste fractie van actuele equity is weer een ander model: tien exacte 1%-verliezen zonder kosten laten 0,99¹⁰ over, dus circa 9,56% drawdown. Dit is geen veilige aanbeveling of bewijs hoe de meeste professionals handelen.

Een volledig controleprotocol

  1. Registreer geldblootstelling naast lots: entry, exitafstand, contracteenheden, kosten en open posities.
  2. Bereken een eindige reeks en controleer welke volgende positie werkelijk financierbaar is.
  3. Vergelijk een expliciete positiegrootteregel met volumeafronding en kosten; behandel percentages als gekozen invoer, niet bescherming.
  4. Controleer vóór automatisering wanneer blootstelling stijgt en wat bij de limiet gebeurt. Een gunstige test of hoge cycluswinfractie is geen nettoverwachting.

Het overzicht volume bij verschillende stops helpt gelijke lots en gelijk geldrisico scheiden.