Een Kagi-grafiek bouwt verticale prijsbenen met korte horizontale verbindingen. Een voldoende grote tegenbeweging maakt een nieuw been, niet het verstrijken van nog een uur. In de hier gebruikte klassieke dikteconventie verandert yin/yang bij overschrijding van een eerdere Kagi-schouder of -taille. Richting en dikte zijn aparte toestanden: een dunne lijn kan stijgen, een dikke dalen.

Prijsfilter met een vastgelegde begintoestand

Kagi is een Japanse prijsgrafiektechniek, besproken in Nisons Beyond Candlesticks. Een nieuw extreem in de bestaande richting verlengt het been; een te kleine tegenbeweging laat het getekende eindpunt staan. Bewaar prijsveld, begintoestand en drempeldefinitie. Twee grafieken met dezelfde naam hoeven niet dezelfde geschiedenis te reconstrueren.

Bij een 30-pipsdrempel kan een waargenomen tegenbeweging van 15 pips ontbreken in het eindpunt. De beweging bestaat nog in de bron. Wegfilteren bewijst geen marktcontrole en maakt de verandering niet irrelevant voor een open positie.

Een percentage vraagt een expliciete basis

3% is niet altijd drie prijseenhedenTwee onafhankelijke fictieve toppen 100/200 en laatste waarnemingen 96/196. Eigen procentbasis is laatst bekende top. Vergelijk afstanden vanaf elke eigen top.REKENVOORBEELDTop 100 → 96Terugval 4; eis 3Top 200 → 196Terugval 4; procentueleeis 6SpecificatieBasis én updatebeleid
3% is niet altijd drie prijseenheden. Twee onafhankelijke fictieve toppen 100/200 en laatste waarnemingen 96/196. Eigen procentbasis is laatst bekende top. Vergelijk afstanden vanaf elke eigen top.

Dezelfde vier eenheden terugval slagen bij vaste drie eenheden, maar alleen bij top 100 ook voor de eigen 3%-regel.

Top 100 → 96
Terugval 4; eis 3 – Vaste en procentuele toets slagen.
Top 200 → 196
Terugval 4; procentuele eis 6 – Alleen vaste drie-eenhedentoets slaagt.
Specificatie
Basis én updatebeleid – Een percentageparameter alleen is onvolledig.

Neem twee onafhankelijke fictieve stijgende benen met laatste top 100 of 200 eenheden, gevolgd door een terugval van 4 naar 96 of 196. Onze close-only-percentageregel eist minstens 3% van de laatst bekende top: 3 respectievelijk 6 eenheden. Onze andere regel eist vast 3 eenheden. Bij 100→96 slagen beide; bij 200→196 alleen de vaste drempel.

Iedere vergelijking meet afstand vanaf haar eigen top en gebruikt geen gezamenlijke absolute prijsas. Dit is onze percentagebasis, niet een claim over iedere platformimplementatie. Een exportlabel «3%» zonder basis of updatebeleid is onvolledig. De toets betreft constructie, niet signaalkwaliteit; lijndikte is een andere regel.

Omkeerafstand en schouder-/taillebreuk

Een drempel kan een vast prijsbedrag, percentage met basis of ATR-afgeleid bedrag zijn. Een veranderende drempel vraagt een updatebeleid. Ons fictieve close-only-EUR/USD-model gebruikt 0,0030, oftewel 30 pips bij pip 0,0001. Een tegenbeweging van minstens die afstand keert het been om; gelijkheid telt mee.

In de gekozen StockCharts-dikteconventie wordt yin yang strikt boven de vorige schouder, en yang yin strikt onder de laatste taille. De omkeerdrempel bereiken vereist niet dat zo’n niveau wordt doorbroken. Kleur is een instelling; dikte is een berekende toestand, geen directe vraag-/aanbodmeting.

Schuif op een klein scherm door de tabel om alle kolommen te lezen.

Fictieve broncloses, omkering en dikte apart
WaarnemingRichting/gebeurtenisDikte
Begin: schouder 1,1040 naar 1,1000DalendDun
1,101515-pipsbounce; eindpunt blijft 1,1000Dun
1,103030-pipsomkeer omhoog; taille 1,1000Dun
1,1040Raakt oude schouderDun
1,1050Strikt boven schouderDik
1,102030 pips omlaag vanaf 1,1050Dik
1,1000Raakt tailleDik
1,0990Strikt onder tailleDun

De overgang naar dik is pas bij waarneming 1,1050 bekend, ook als de uiteindelijke tekening haar grens op 1,1040 legt. Een horizontaal verbindingsstuk is geen fill of vaste hoeveelheid uren. Bewaar eerste bevestigende waarneming en getekende grens afzonderlijk.

De grafiek stap voor stap controleren

Stap 1: invoer en methode vastleggen

Noteer bronveld, invoerinterval, sessie, startdatum en drempeleenheid. TradingView biedt Traditional, ATR en Percentage(LTP). Projectielijnen kunnen vóór sluiting van de bronperiode veranderen. Niet-standaardgrafieken benaderen volgens de Pine-documentatie tickconstructie met lagere-intervalgegevens. Een stille tekening betekent niet dat alle onderliggende waarnemingen bekend zijn.

Stap 2: richting én dikte lezen

Bij 1,1030 stijgt de lijn maar blijft dun; bij 1,1020 daalt zij maar blijft dik. De toestand codeert eerdere Kagi-niveaubreuken onder de gekozen conventie, geen bewijs van wie de markt beheerst.

Stap 3: geen overgang terugdateren

Gebruik de eerste bevestigende bronwaarneming, niet een later getekende historische grens. Vermeld of een voltooide overgang alleen wordt geobserveerd of een orderbeslissing veroorzaakt. De fill, stop, kosten en grootte volgen uit een aparte regel.

Identieke OHLC kan verschillende Kagi-paden verbergen

Start met een dun dalend been van schouder 104 naar 100, omkeerbedrag 3 en strikte diktebreuken. Pad A 100→105→99→102 maakt drie omkeringen en eindigt stijgend maar dun: 105 breekt boven 104, 99 onder taille 100, en 102 veert op zonder nieuwe schouder 105 te overschrijden. Pad B 100→99→105→102 maakt twee omkeringen en eindigt dalend maar dik: taille is 99 en laatste 102 breekt die niet.

Beide paden hebben O/H/L/C 100/105/99/102. Eén candle onthult de volgorde dus niet. Verzin geen ticks om het gewenste eindbeeld te produceren. Drempels wijzigen maakt een andere specificatie. StockCharts beschrijft herbouw bij gewijzigde ATR; TradingView past Percentage(LTP) op de meest recente slotprijs toe en vervolgens over de bars, met expliciete repaintingwaarschuwing. Een vast percentage betekent niet automatisch een onveranderde oude tekening.

Afzonderlijk EUR-waarderingsmodel. Neem vijftig fictieve CFD-eenheden met €1 resultaat per euro koersverschil per eenheid. Veronderstel werkelijke entry-Ask €200,20, laatst waargenomen Bid €196 en €3 kosten. Terwijl een eigen 3%-van-topfilter nog op €200 staat, is de berekende volledige-exituitkomst 50×(196−200,20)−3=−€213. Het getekende €200 als exit gebruiken toont slechts −€13: €200 minder verlies. Een weergegeven eindpunt is geen actuele Bid of gegarandeerde exit. Dit voegt een apart handelsmodel toe; de twee constructievoorbeelden bevatten zelf geen orders.

Voordelen van de weergave en harde grenzen

Kagi kan gekozen niveauoverschrijdingen overzichtelijk maken door kleine tegenbewegingen weg te laten. Dat is een weergave-eigenschap, geen bewijs dat het emoties vermindert of winst oplevert. De horizontale as is onregelmatig; brontijdstempels blijven te koppelen. Gebruik relevante marktprijzen en informatiebeschikbaarheid voor de uitvoering. Synthetische OHLC-fills kunnen onrealistische backtests opleveren.

Vergelijken met andere transformaties

Renko gebruikt bricks met gekozen grootte en omkeerconventie. Three Line Break gebruikt eerdere lijnniveaus, met onderscheid tussen vroege/tweelijns- en gevestigde drielijnsomkeringen. Heikin-Ashi behoudt regelmatige tijdvakken en transformeert OHLC. Kagi combineert prijsomkeer met een aparte diktestaat. Geen van deze bewerkingen meet zelfstandig de kracht of identiteit van marktdeelnemers.

Een concreet controleprotocol

  1. Vergelijk op dezelfde bronperiode gewone candles en Kagi; noteer werkelijk overgeslagen tegenbewegingen.
  2. Bewaar begintoestand, drempel, basis, updatebeleid en beide toestandsvariabelen. Traceer omkeer en dikte apart.
  3. Registreer de eerste bronwaarneming die een overgang bevestigt, niet alleen de latere grafiekgrens.
  4. Leg brontijdstempels, echte orderfills, volume, kosten en exitregels vast in een handelsplan.
  5. Vergelijk vaste methoden op latere data, inclusief geen-transacties. Weggefilterde koersbewegingen en een demo-aantal bewijzen geen klein risico of toekomstig rendement.