In dit artikel
Na dit artikel kun je…
- OB- en OX-gebonden eindmetingen met expliciete noemers onderscheiden.
- Een snijzone berekenen en controleren op toegestane rasterprijzen.
- Herkenning, pivotbevestiging en uitvoerbare handelsbeslissing apart registreren.
Begrippen uitgelegd binnen het artikel
Harmonisch koerspatroon Pending order — voorwaardelijke order Orderuitvoering Backtesting Stop lossShark is een harmonische patroonspecificatie van Scott Carney, volgens de auteur voor het eerst vrijgegeven in 2011. Een label 0,886 naast een grafiek vertelt nog niet welk segment is gemeten. Scheid geometrie, beschikbaarheid van draaipunten en regels voor een mogelijke trade. Overeenkomende verhoudingen zijn geen bewijs van winstgevendheid.
O–X–A–B–C is geen verschoven X–A–B–C–D
Carney gebruikt nul als beginpunt; hier schrijven we O voor hetzelfde punt. Daarna volgen X, A, B en C. Verplaats deze namen niet naar een ander vijfpuntenstelsel. Een beenlengte is een absolute prijsafstand, afzonderlijk van het aantal verstreken bars. Bullish beschrijft de veronderstelde reactie na C; het betekent niet dat het voorafgaande BC-been omhoogloopt.
Harmonische patronen: gelijke ratios zijn geen gelijke kansen behandelt het meten van segmenten. Leg bron, teller, noemer en eventuele tolerantie vast voordat je uitkomsten bekijkt. Twee detectoren met dezelfde patroonnaam kunnen verschillende regels gebruiken. Een verband met 5-0-patroon: twee D-niveaus en de juiste tijdvolgorde is een structuurdefinitie, geen vastgestelde kans dat het volgende been ontstaat.
Kies eerst welke eindverhouding je onderzoekt
We gebruiken de bullish variant uit Harmonic Trading: Volume Three, gedrukte bladzijden 119–120. XA/OX moet tussen 0,382 en 0,618 liggen; AB/XA tussen 1,13 en 1,618; BC/AB tussen 1,618 en 2,24. De eindvoorwaarde is BC/OB tussen 0,886 en 1,13, gemeten vanaf B richting O. OX stijgt, XA daalt, AB stijgt voorbij X en BC daalt naar of voorbij O. Een bearish constructie draait richtingen om en vereist opnieuw berekende afstanden.
De PRZ-tekening in het boek zet de eindband expliciet tegen 0B. De Harmonic Pattern Collection-documentatie beschrijft C daarentegen tegenover OX. Dat zijn verschillende ankers; maak er geen onverklaarde gezamenlijke regel van. Een Fibonacci-instrument heeft een begin, einde en projectierichting nodig, ook als op het scherm dezelfde getallen staan.
Een fictieve EUR/USD-kandidaat heeft O=1,0850, X=1,1050, A=1,0950, B=1,1100 en C=1,0865. OX is 200 pips, XA honderd, AB 150 en BC 235. XA/OX=0,50 en AB/XA=1,50 voldoen. BC/OB=235/250=0,94 voldoet ook, maar BC/AB=235/150≈1,5667 faalt de ondergrens 1,618. Noem deze kandidaat dus niet een voltooid geldig Shark-patroon.
Werk de herkenning chronologisch uit
Stap 1: bewaar de ankers en afzonderlijke eenheden
Een tweede, los model gebruikt willekeurige prijseenheden: O 100, X120, A110, B 125 en C 98. OX, XA, AB, BC en OB zijn 20, 10, 15, 27 en 25. De vier gekozen verhoudingen zijn 0,50; 1,50; 1,80 en 1,08: alle passen. XC/OX is daarentegen 22/20=1,10. Dat dit toevallig ook in een band past maakt de noemers niet uitwisselbaar.
Stap 2: bereken het snij-interval
Zodra B 125 bekend is, geeft de OB-voorwaarde C=125−r×25 voor r tussen 0,886 en 1,13, dus [96,75;102,85]. De AB-voorwaarde C=125−q×15 voor q tussen 1,618 en 2,24 geeft [91,40;100,73]. Het snij-interval is [96,75;100,73]. C 98 voldoet aan beide. C 102 voldoet wel aan BC/OB=23/25=0,92, maar niet aan BC/AB=23/15≈1,5333. Eén geslaagde verhouding repareert de andere niet.
Stap 3: noteer wanneer een punt bekend werd
Verander alleen C naar 97. BC/OB=28/25=1,12 en BC/AB=28/15≈1,8667 voldoen, maar XC/OX=23/20=1,15 niet. In dit model zijn de twee eindverhoudingen alleen bij C 100 gelijk. Een andere noemer kan dus zelfs een andere classificatie geven.
Neem afzonderlijk een pivotregel met twee lagere highs links en rechts van een top, of twee hogere lows links en rechts van een dal. We nemen aan dat de lokale bars daaraan voldoen: B op bar 22 is pas na 24 bevestigd; C op 26 pas na 28. Dit is een chronologievoorbeeld, geen volledige OHLC-reeks. Een teruggeplaatst label op 26 maakt de bevestiging daar niet beschikbaar.
Een streefzone zonder enkele toegestane prijs
Gebruik een apart fictief model O 1,0004, X1,0024, A1,0014 en B 1,0029. OX, XA en AB zijn 0,0020; 0,0010 en 0,0015. De vroege verhoudingen zijn 0,50 en 1,50. BC/OB geeft [1,000075;1,000685]; BC/AB geeft [0,999540;1,000473]. De snijzone [1,000075;1,000473] heeft positieve breedte 0,000398.
Breedte 0,000398 is positief maar het aantal toegestane prijzen is nul. Afronden van het midden buiten de band bewaart de specificatie niet.
Op een klein scherm kun je het diagram horizontaal verschuiven of vergroten. De waarden en conclusie staan ook hieronder als tekst.
- Onderbuur
- 1,000 – 0,000075 onder de zone.
- Zone
- 1,000075–1,000473 – Midden 1,000274; breedte 0,000398.
- Bovenbuur
- 1,001 – 0,000527 boven de zone.
Veronderstel uitsluitend hier een prijsraster p=1,000+n×0,001 voor gehele n. De naburige toegestane punten zijn 1,000 en 1,001, beide buiten de zone. Het midden 1,000274 afronden naar 1,000 bewaart de voorwaarden niet. Dit is geen EUR/USD-specificatie: controleer het echte symboolraster afzonderlijk. Eerst aantonen dat een toegestane prijs bestaat, daarna pas een orderniveau kiezen.
Herkenning is nog geen entry
De eerste EUR/USD-kandidaat met C 1,0865 blijft afgewezen. Gebruik zijn ene geslaagde eindratio niet als koopinstructie. In het kwalificerende 100–120–110–125–98-model ligt halverwege BC op 98+27/2=111,50. Dat is een rekenreferentie, geen verzekerd doel of rendement. Een eerste zonecontact en een entry na pivotbevestiging zijn verschillende hypotheses met verschillende tijden en uitvoerbare prijzen.
Eigen EUR-tegenvoorbeeld: neem onafhankelijk een fictief in EUR geprijsd contract met snijzone [€96,75;€100,73], maar een raster €95+n×€5. €100 is toegestaan, €95 en €105 liggen erbuiten. Een koopfill €100,20 is echter een afzonderlijke uitvoeringsaanname. Bij tien eenheden en later een verkoopfill €99,50 is het prijsresultaat −€7; met €3 totale kosten netto −€10. Een toegestaan patroonpunt van €100 bewijst dus geen fill op €100 of winstgevende reactie.
Vijf fouten die de test oncontroleerbaar maken
- Labels en noemers verwisselen: schrijf iedere ratio volledig uit.
- Eén voorwaarde laten winnen van een andere: C 102 blijft afgewezen.
- Buiten een snijzone afronden: een leeg prijsraster vraagt afwijzing, geen achteraf aangepaste grens.
- Een gewone stop als maximale-verliesbelofte behandelen: leg trigger, buffer, kosten en slechtere fills los vast.
- Na de reactie een handige exit kiezen: doel, tijdslimiet en gedeeltelijke exit zijn verschillende regels.
De relatie met 5-0 verandert de klok niet
De latere retracementmeting van 5-0 gebruikt eigen punten en voorwaarden. Gebruik latere bevestiging niet om eerder Shark-ankers te selecteren. Er is hier geen overgangsfrequentie gemeten. Crab-patroon: projecties, lijsttoleranties en uitvoeringsrisico gebruikt weer een andere X–A–B–C–D-specificatie met een XA-extensie bij D. Alleen het gedeelde getal 1,618 identificeert geen van beide patronen.
Gebruik het als onderzoekbare regel
Momentum of horizontale niveaus toevoegen toont op zichzelf geen voordeel. Vergelijk vooraf vastgelegde regels na kosten op gegevens die niet zijn gebruikt om parameters te kiezen. Een aantal geslaagde demotrades certificeert geen livegereedheid. Bewaar ook geldige patronen zonder order of reactie en alle afgewezen kandidaten.
Een reproduceerbare oefenprocedure
- Bewaar bronversie, ratio’s, pivotselectie en bevestigingsbar van ieder punt.
- Bereken alle verhoudingen, de snijzone en toegestane rasterpunten opnieuw.
- Registreer beslissingstijd, geschatte of werkelijke fill, kosten en exits apart van herkenning.
- Bepaal entry, ontkrachting en exit vooraf; een alarm bevestigt geen pivot of uitvoering.
- Scheid parameterontwikkeling van beoordeling op ongebruikte gegevens en behoud mislukte gevallen.
Vervolg met Backtestvalidatie: regels, evaluatie en herstel afzonderlijk bewijzen om symboolspecificatie, Orderuitvoering en herkenning in één chronologische test te verbinden. Deze voorbeelden zijn eigen fictieve berekeningen, geen nieuw backtestresultaat.
Test wat je hebt geleerd
Ongeveer 2 minuten oefenen.
Antwoord en uitleg bekijken
1,000 ligt onder de ondergrens en 1,001 boven de bovengrens. Er is geen tussenliggend rasterpunt.
Andere vragen
Wat onderscheidt Shark van andere harmonische patronen?
De labels O–X–A–B–C en de expliciet gekozen beenverhoudingen. De geselecteerde bullish variant vereist naast AB/XA en BC/AB ook XA/OX en BC/OB. Een andere detector met een OX-eindmeting gebruikt niet dezelfde noemer. Passende ratio’s bewijzen geen omkeerwinst.
Hoe hangt Shark samen met 5-0?
Carney koppelt de structuren, maar de latere retracement moet met eigen labels en beschikbaarheid worden beoordeeld. Dat geeft geen gemeten overgangskans en kan een eerdere beslissing bij C niet achteraf valideren.
Wanneer mag ik een herkend patroon als trade gebruiken?
Na aparte regels voor beslissing, uitvoerbare entry, exits, kosten en slechtere fills. Controleer eerst alle ratio’s en een toegestaan prijsrasterpunt. Een C op bar 26 dat twee rechterbars vraagt is pas na 28 bevestigd, niet beschikbaar voor een bevestigingsentry op het vroegere minimum.
Mag ik een lege zone naar het dichtstbijzijnde tick afronden?
Niet wanneer de afgeronde prijs buiten de vastgelegde snijzone ligt. Het positieve interval kan nul toegestane prijzen bevatten. Bewaar de afwijzing en wijzig de tolerantie niet achteraf om een bekende reactie passend te maken.
Bronnen en controle
- Scott M. Carney — Harmonic Trading: Volume Three
Gedrukte bladzijden 119–120 beschrijven de gekozen bullish ratio’s; de PRZ-tekening noemt 0B. De definitie is gescheiden van bewijs voor winstgevende uitvoering.
- HarmonicTrader — Shark Pattern
Eigen beschrijving van Carney en zijn introductiejaar 2011. Commerciële prestatieclaims zijn niet als aangetoonde resultaten overgenomen.
- Harmonic Pattern Collection — Shark
De implementatiebeschrijving voor eSignal meet de eindvoorwaarde tegenover OX; dat is expliciet onderscheiden van de geselecteerde OB-boekvariant.
- MetaTrader 5 — Market Watch
Symboolspecificaties bepalen toegestane prijs- en volumestappen. Het raster in het voorbeeld is fictief en geen marktcontract.
- TradingView — Repainting
Historisch teruggeplaatste pivotlabels onderscheiden van later beschikbare bevestigingsinformatie.
De berekeningen gebruiken expliciete aannames. Ze vervangen geen actuele marktgegevens of voorwaarden van de aanbieder.
