In dit artikel
Na dit artikel kun je…
- De tijdvolgorde van X, A, B, C en D controleren voordat je verhoudingen meet.
- Het middelpunt van BC onderscheiden van de aparte gelijke AB-projectie.
- Een EUR-verliesbudget toetsen aan kosten en een slechtere stopuitvoering.
Begrippen uitgelegd binnen het artikel
Backtesting Handelslogboek Stop lossHet 5-0-patroon van Scott Carney beschrijft een gemeten koersstructuur. Punt D verwijst naar de helft van BC, met daarnaast een projectie van een even lange AB-beweging vanaf C. Een herkenbare tekening bewijst geen naderende omkeer of winstgevende transactie. Leg eerst de punten vast, bereken daarna de afstanden en beoordeel eventuele handelsregels afzonderlijk.
Wat is het 5-0-patroon?
Carney behandelt de structuur in Harmonic Trading: Volume Two. Naast X, A, B, C en D is er een eerder punt 0. In zijn bullish constructie volgt op een daling van 0 naar X een herstel naar A. B ligt vervolgens onder X; daarna stijgt de koers naar C en volgt een terugval richting D. Het idee is de eerste correctie na een belangrijke richtingsverandering te beschrijven. Die volgorde is onderdeel van de definitie, geen kansberekening voor de volgende beweging.
Lees zo nodig eerst de uitleg over harmonische patronen. Carney beschrijft Shark als een verwante voorafgaande structuur met eigen metingen. Het etiket Shark of 5-0 betekent niet dat bij C of D automatisch een order is uitgevoerd. Een classificatieregel en een uitvoeringsregel beantwoorden verschillende vragen.
Structuur en Fibonacci-verhoudingen
Meet absolute koersverschillen nadat je de punten op tijd hebt gerangschikt. In de aangehaalde bullish definitie ligt AB/XA tussen 1,13 en 1,618; BC/AB tussen 1,618 en 2,24. Vooral de laatste band is een classificatievoorwaarde. Een grote beweging naar C toont niet aan dat de markt een voorspelbare fout heeft gemaakt of verplicht moet terugkeren.
Bereken twee D-referenties: trek vanaf C de helft van BC af en projecteer daarnaast een gelijke AB-lengte vanaf C richting D. De eerste meting is het middelpunt; de tweede helpt het mogelijke reactiegebied afbakenen. Bij AB-lengte L en q = BC/AB is het verschil tussen die niveaus |0,5q − 1| × L. Alleen bij q = 2 vallen ze precies samen. Neem hypothetisch AB = 150 pips: q = 1,618 geeft 28,65 pips verschil, q = 2,000 nul en q = 2,240 geeft 18 pips. Een geldige verhouding levert dus niet noodzakelijk één smal niveau op.
Een vooraf gekozen extra filter van maximaal 10 pips verschil accepteert alleen het middelste voorbeeld. Dat is onze oefenregel, geen aanvullende eis van Carney. De uitleg over Fibonacci-projecties helpt de gebruikte referentiebeweging zichtbaar te houden.
Schuif op een klein scherm door de tabel om alle kolommen te lezen.
| Punt | Koers en betekenis |
|---|---|
| X | 1,0900; einde van de voorafgaande daling. |
| A | 1,1000; herstel van 100 pips vanaf X. |
| B | 1,0850; AB is 150 pips, of 1,50 × XA. |
| C | 1,1170; BC is 320 pips, of circa 2,13 × AB. |
| D | 1,1010 via half BC; 1,1020 via een gelijke AB-projectie vanaf C. |
Goede verhoudingen, verkeerde volgorde
Beide registraties geven 1,5 en 2, maar B vóór A is een fout in de volgorde.
- Juiste volgorde
- A op 4; B op 6 – Controle van tijden geslaagd.
- Verkeerde volgorde
- B op 4; A op 6 – Dezelfde koersverhoudingen herstellen de tijdvolgorde niet.
De visual gebruikt alleen de vijf opgegeven punten: X 100, A 110, B 95, C 125 en D 110. Neem daarnaast een eerder punt 0 op tijd 0 en koers 140 aan. De juiste tijden zijn 2, 4, 6, 8 en 10. Wissel uitsluitend de tijden van A en B om: B verschijnt dan op tijd 4 en A op tijd 6. De geregistreerde koerswaarden blijven dezelfde.
Beide registraties geven AB/XA = 15/10 = 1,5 en BC/AB = 30/15 = 2. Zowel half BC vanaf C als de AB-projectie eindigt op 110. Toch herstelt correcte rekenkunde de verkeerde labelvolgorde niet. Noteer bij ieder punt tijd én koers voordat je een ratio laat berekenen. Er zijn hier geen ontbrekende candles aangevuld en niet alle patroonvoorwaarden of handelsresultaten worden getoetst.
Zo controleer je de structuur
Stap 1: bepaal de omkeercontext en XA
Zoek eerst de context van een veranderde richting na een eerdere beweging. X begint de eerste tegenbeweging; A beëindigt die. Gebruik steeds dezelfde vastgelegde pivotregel. Een willekeurige reeks in een zijwaartse markt wordt niet vanzelf een 5-0 doordat enkele afstanden passen.
Stap 2: meet AB en BC
Controleer AB/XA en BC/AB afzonderlijk tegen de gekozen definitie. Een te ondiepe BC onder 1,618 of een B buiten de toegestane band valt af. Schrijf ook afgewezen kandidaten op; alleen mooie voorbeelden bewaren vertekent de beoordeling.
Stap 3: leg beide D-referenties vast
Bereken middelpunt en gelijke AB-projectie onafhankelijk, inclusief hun afstand. Noteer wanneer een pivot definitief beschikbaar komt en welke tolerantie vóór de test is gekozen. Een latere candle mag een eerder beslismoment niet stilzwijgend verbeteren. Een geraakt rekenniveau bewijst evenmin een uitvoerbare order.
Instap, stop en doelen: een rekenvoorbeeld
Behoud de hypothetische tabelcoördinaten. Het 61,8%-niveau van BC is 1,1170 − 0,618 × 0,0320 = 1,097224. Neem in een afzonderlijk illustratief plan een daadwerkelijk veronderstelde koopuitvoering op 1,1015 en een gewone stopaanvraag op 1,0960: de geplande afstand is 55 pips. Een omkeercandle kan een apart te testen instapcriterium zijn; de patroonnaam schrijft die uitvoering niet voor en garandeert de stopprijs niet.
Met C = 1,1170 en geometrisch D = 1,1010 geeft 61,8% herstel van CD: 1,1010 + 0,618 × 0,0160 = 1,110888. Vanaf de aangenomen koop op 1,1015 is het doelverschil 93,88 pips, afgerond ongeveer 94. Tegenover 55 geplande risicopips is dat circa 1,71:1. Een doel bij C geeft 155 pips, circa 2,82:1. Dit zijn koersafstanden vóór kosten, geen gegarandeerde uitbetalingen of gemeten kansen. Verwerk spread, provisie, financiering en slechtere uitvoeringen afzonderlijk.
Afzonderlijk EUR-tegenvoorbeeld. Een rekening heeft een zelfgekozen verliesbudget van € 75. Neem een EUR/USD-koop van 14.000 EUR, 55 pips geplande koersafstand, een expliciet aangenomen omrekening van 1,12 USD per EUR en € 3 overige totale kosten. De koerscomponent is 14.000 × 0,0055 = 77 USD, of € 68,75; samen € 71,75. Vijf extra negatieve uitvoeringspips maken de koerscomponent 84 USD en het totaal € 78. Het ogenschijnlijk passende volume overschrijdt dan toch het budget. De vaste omrekening vereenvoudigt uitsluitend deze oefening; een echte aanbieder kan anders omrekenen. Een budget is geen garantie of margecontrole.
Veelgemaakte fouten
- Bij C instappen terwijl de gekozen 5-0-regel op D wacht: je vervangt het plan door een andere structuur.
- Een BC onder 1,618 toch accepteren omdat de latere koers goed uitkomt.
- Alleen het 50%-niveau bekijken en de aparte AB-projectie overslaan.
- Een geometrische grens of het 61,8%-niveau verwarren met een gegarandeerd maximaal verlies.
- De vereiste omkeercontext vergeten en achteraf passende punten uit een consolidatie kiezen.
Verschil met andere harmonische patronen
Het belangrijkste verschil is de referentiebeweging. Bij Gartley en Bat verwijst D respectievelijk naar 0,786 en 0,886 van XA; bij 5-0 staat half BC centraal. Zie de vergelijking van Gartley en Bat. Shark kent een verwante voorafgaande structuur, terwijl AB=CD gelijke projectielengten verder uitwerkt. Dezelfde vormfamilie bewijst niet dat dezelfde instapregel overal werkt.
Welke vaardigheden heb je nodig?
Toets of je pivots consequent zonder latere informatie kunt labelen. Geef het patroon geen universeel beginnersniveau of onbewezen zeldzaamheidsrang. De basis van technische analyse en Fibonacci-retracements geven context. Bewaar ook mislukte en overgeslagen signalen in je handelsdagboek. Een definitie uitleggen is iets anders dan een slagingspercentage meten.
Praktisch oefenprotocol
- Bekijk bijvoorbeeld EUR/USD op een uurdiagram en markeer duidelijke richtingsveranderingen met X, A, B en C. Leg bij elk punt de beschikbare tijd vast.
- Controleer BC/AB tussen 1,618 en 2,24, bereken half BC en vergelijk die uitkomst met de AB-projectie vanaf C.
- Noteer verhoudingen, D-zone, gekozen instap, stop loss, volume, kosten en gerealiseerde uitvoering. Een winst bewijst niet dat het plan correct is gevolgd.
- Gebruik eventueel een koersalarm bij half BC. Beoordeel daar rustig het vooraf gekozen bevestigingscriterium; overslaan blijft een geldige uitkomst.
- Toets ongewijzigde regels op een afzonderlijke latere periode. Bewaar afgewezen patronen, ongevulde orders en verliezen. Twintig demotransacties of een hoog winstpercentage bewijst geen toekomstige winstgevendheid.
Test wat je hebt geleerd
Ongeveer 2 minuten oefenen.
Antwoord en uitleg bekijken
B staat eerder dan A. Correcte koersrekenkunde maakt die registratie niet chronologisch juist.
Andere vragen
Wat is anders aan D bij het 5-0-patroon?
D verwijst primair naar half BC, naast een gelijke AB-projectie vanaf C. Gartley en Bat gebruiken andere XA-referenties. Meet steeds de aangegeven beweging; de classificatie is geen instapgarantie.
Is 5-0 hetzelfde als Shark?
Carney beschrijft Shark als een verwante voorafgaande structuur met eigen voltooiingsmetingen. Een naam bewijst niet dat een order op C of D is uitgevoerd. Leg referentiepunten en instapcriteria apart vast.
Welke instap, stop en doelen zijn correct?
Die handelsregels moeten apart worden gedefinieerd en getoetst. In ons hypothetische voorbeeld zijn de doelafstanden 93,88 en 155 pips tegenover 55 geplande risicopips: circa 1,71:1 en 2,82:1 vóór kosten. Een gewone stop kan slechter worden uitgevoerd.
Vallen beide D-metingen altijd samen?
Nee. Het verschil is |0,5q − 1| × AB met q = BC/AB. Alleen q = 2 geeft nul. Bij AB 150 pips en q 1,618 is het verschil 28,65 pips, ook al ligt die verhouding binnen de definitie.
Waarom kan een passend eurobudget toch worden overschreden?
Ons afzonderlijke model geeft € 71,75 inclusief € 3 kosten bij 55 pips. Vijf extra negatieve uitvoeringspips maken daarvan € 78, meer dan het gekozen budget van € 75. Een budget begrenst een gewone stopuitvoering niet.
Bronnen en controle
- Scott Carney: 5-0 Pattern
Primaire beschrijving van BC/AB 1,618–2,24, half BC en de wederkerige AB-projectie. Dit definieert het patroon; de tekst bewijst geen succespercentage.
- Scott Carney: AB=CD Pattern
Primaire uitleg van gelijke koerslengten en passende retracement/projectieparen. Geen voorschrift voor Nederlandse rekeningvoorwaarden.
- MetaQuotes: Basic Principles
Onderscheid tussen orderaanvraag, deal en positie; kopen tegen Ask en verkopen tegen Bid. Uitvoeringswijze hangt af van product en aanbieder.
- TradingView: Strategies
Primaire platformdocumentatie over uitvoeringsaannames, kosten, toekomstige informatie en toetsing buiten de optimalisatieperiode. Geen bewijs voor een handelsvoordeel van 5-0.
De berekeningen gebruiken expliciete aannames. Ze vervangen geen actuele marktgegevens of voorwaarden van de aanbieder.
