ABCD benoemt vier opeenvolgende keerpunten met drie koersbewegingen ertussen. Metingen zijn alleen bruikbaar als je de variant, de noemer van iedere verhouding en de beschikbaarheid van de punten vastlegt. Deze uitleg scheidt gelijke AB=CD-benen van alternatieve projecties en de aanvullende regels waarmee je een transactie zou kunnen testen.

Wat is ABCD en waarom is het een basisstructuur?

In Carneys AB=CD-definitie corrigeert BC tegen AB in en heeft CD een vergelijkbare koerslengte als AB. De methode gebruikt een BC-correctie tussen 0,382 en 0,886 van AB, samen met een passende BC-projectie. Dat classificeert de geometrie. Het toont niet aan dat de markt de vorm moet herhalen of bij voltooiing moet omkeren.

Verwante harmonische structuren voegen punten en specifieke verhoudingen toe. Niet iedere vierpuntszigzag is daardoor een bruikbaar signaal. De basis van harmonische patronen verduidelijkt die begrippen. Deze pagina richt zich op de meetnoemers; de afzonderlijke AB=CD-strategieuitleg behandelt detectie, testvolgorde, uitvoering en kosten uitgebreider. Gelijke koerslengten vereisen op zichzelf geen gelijke verstreken tijd.

Drie benen, drie verschillende verhoudingen

Noteer positieve lengten L=|B −A|, M=|C −B| en N=|D −C|. Dan meet r=M/L de verhouding BC/AB, q=N/M meet CD/BC en k=N/L meet CD/AB. Rekenkundig geldt k=r×q. Voor exact gelijke benen is k=1 en q=1/r. Een diepere BC-correctie vraagt dus een kleinere BC-vermenigvuldiger om CD gelijk aan AB te houden. Alleen het label 1,27 is onvolledig:1,27 van welke beweging?

Ongeveer 0,618 past bij 1,618 en ongeveer 0,786 bij 1,272. Bij een ruimere ABCD-variant moet je de eigen ratioset noemen en niet stilzwijgend gelijkheid aannemen. Een niveau tekenen met een technisch hulpmiddel bevestigt geen omkeer.

Hypothetische EUR/USD-geometrie; één pip is 0,0001
A en BA 1,10000; B 1,08000: AB 200 pips.
C1,09236: BC 123,6 pips, exact 0,618 van AB.
D bij gelijkheid1,09236−0,02000=1,07236. Een geprojecteerde koers, geen instapuitvoering.

Schuif op een klein scherm door de tabel om alle kolommen te lezen.

Dezelfde AB van 200 pips, verschillende hypothetische correcties
BC/ABBC in pipsGelijke CDVereiste CD/BC
0,38276,42002,6178
0,618123,62001,6181
0,786157,22001,2723
0,886177,22001,1287

De laatste kolom rondt wederkerige waarden af op vier decimalen. Neem je in het tweede voorbeeld toch 1,272 ×BC, dan wordt CD 157,2192 pips en D 1,07663808 vóór afronding op de tick. CD is dan 78,6096% van AB en dus niet gelijk. Ook populaire verhoudingsparen zijn benaderingen:0,618 × 1,618=0,999924. Eis geen exacte gelijkheid terwijl je afgeronde labels als exacte invoer gebruikt.

Varianten: benoem de gebruikte definitie

Behandel namen als klassiek, perfect en alternatief niet als universele kwaliteitsgraden. Prijsgelijkheid, een gekozen correctie, nabijheid van afgeronde projecties en een tijdfilter zijn verschillende voorwaarden. Hun combinatie bewijst geen zeldzaamheid of grotere betrouwbaarheid. Leg vast wat je daadwerkelijk toetst.

Carneys alternatieve AB=CD-projecties schalen AB met 1,27 of 1,618 vanaf C, naast andere metingen. In ons voorbeeld geeft 1,27 × 200=254 pips een D op 1,06696;1,618 × 200=323,6 pips geeft D op 1,06000. Dit zijn afzonderlijke alternatieven, geen opeenvolgende redenen om een mislukte positie open te houden. AB schalen is iets anders dan de BC van 123,6 pips schalen:1,27 ×BC geeft slechts 156,972 pips.

Gelijke koerslengte is geen gelijk percentage

Dezelfde koersafstand, twee percentagesVier fictieve EUR/USD-punten op een lineaire schaal:1,25;1,20;1,23;1,18. Geen candles of uitvoeringen achteraf gereconstrueerd.REKENVOORBEELDAB500 pipsCD500 pips
Dezelfde koersafstand, twee percentages. Vier fictieve EUR/USD-punten op een lineaire schaal:1,25;1,20;1,23;1,18. Geen candles of uitvoeringen achteraf gereconstrueerd.

AB en CD zijn allebei 500 pips, maar −4% en circa −4,07% gebruiken verschillende startkoersen.

AB
500 pips – Procentuele noemer 1,25.
CD
500 pips – Procentuele noemer 1,23.

Het diagram gebruikt fictieve EUR/USD-punten A 1,2500, B 1,2000, C 1,2300 en D 1,1800 op één lineaire prijsschaal. Tijdafstanden zijn willekeurig. Zowel AB als CD daalt 0,0500, of 500 pips bij een pip van 0,0001. Toch is (1,2000/1,2500−1)× 100%=−4%, terwijl (1,1800/1,2300−1)× 100% ongeveer −4,07% is. De startprijzen en dus de procentuele noemers verschillen.

Hier betekent AB=CD gelijkheid in koerseenheden, niet een identiek procentueel rendement. We tekenen alleen de vier opgegeven punten en verzinnen geen tussenliggende candles. Deze ene meting kwalificeert niet de hele formatie en voorspelt geen toekomstig D.

Afzonderlijk EUR-tegenvoorbeeld. Veronderstel twee losstaande longposities van elk 10.000 EUR, uitsluitend om de omrekening te bekijken. De eerste is aangenomen uitgevoerd op 1,2500 en gesloten op 1,2000; de tweede op 1,2300 en 1,1800. Beide prijsverliezen bedragen 500 USD. Neem expliciet aan dat iedere USD-uitkomst tegen de betreffende sluitkoers naar EUR wordt omgerekend, zonder kosten of financiering. Dan zijn de verliezen respectievelijk€ 416,67 en€ 423,73. Gelijke pips en gelijke USD-uitkomsten hoeven dus geen gelijke EUR-uitkomsten te geven. Dit zijn geen patrooninstappen of werkelijke brokerberekeningen; controleer de echte conversieregels afzonderlijk.

Tijdsymmetrie en meettolerantie

Koerslengte en verstreken tijd zijn verschillende grootheden. Wil je candleaantallen vergelijken, definieer dan vooraf de grens en toets haar apart. Drie of veertig candles bewijst geen universeel zwakker signaal. Ook een absolute en relatieve prijstolerantie selecteren andere kandidaten.

Schuif op een klein scherm door de tabel om alle kolommen te lezen.

Eigen inclusieve toleranties; geen rendementsregel van de auteur
AB/CD in pipsRelatieve foutHoogstens 2 pipsHoogstens 1%
40/425%VoldoetVoldoet niet
200/2021%VoldoetVoldoet
400/4020,5%VoldoetVoldoet

CD is steeds twee pips langer. Een 1%-grens laat bij AB 40 slechts 0,4 pip toe, maar bij AB 400 vier pips. Wissel de tolerantie niet na het zien van de uitkomst. Bewaar volledige precisie voor classificatie en rond daarna de weergave af. Noteer of je ruwe of op tick afgeronde prijzen gebruikt.

Een transactie vereist meer dan een D-projectie

Leg vast wanneer A, B en C volgens je regel bevestigd kunnen zijn. Een swing die latere candles nodig heeft, was niet bekend op zijn oorspronkelijke extreem. Kies instap- en afwijzingsvoorwaarden vóór het latere resultaat. Een omkeercandle kan een te testen voorwaarde zijn, maar haar naam bewijst geen winstgevendheid en verplicht niemand op het niveau te kopen.

Een eigen regel kan doelen op 0,382 of 0,618 van CD kiezen. Neem een afzonderlijke hypothetische long op een USD-rekening: volledige instap tegen Ask 1,07256, pip 0,0001, blootstelling 10.000 EUR, totale provisie 3 USD en geen financiering of omrekening. Een gewone stop die precies op 1,07056 wordt uitgevoerd geeft 20 USD prijsverlies en 23 USD nettoverlies.

Neem volledige Bid-uitvoeringen op de gekozen doelen aan. Vanaf D 1,07236 liggen deze op 1,08000 en 1,08472. Dat levert 74,40 USD en 121,60 USD koerswinst op; na provisie 71,40 USD en 118,60 USD. De spread zit al in de uitvoeringsprijzen. De netto rendement-risicoverhoudingen zijn circa 3,10:1 en 5,16:1, maar een slechtere stopuitvoering verandert het verlies. Dit kent geen kansen toe en simuleert geen tussentijdse gedwongen sluiting. De uitleg over risicobeheer behandelt de afzonderlijke volumekeuze.

Vijf fouten die je kunt uitsluiten

  • Een ratio zonder referentiebeen opschrijven: een afwijking van je definitie bewijst geen trendverandering.
  • De tijd van een extreem verwarren met het moment waarop je het kon bevestigen.
  • Tijd- en prijstoleranties door elkaar gebruiken of na de uitkomst wijzigen.
  • Verkeerde quotezijden combineren en een gewone stop als gegarandeerde verliesgrens behandelen.
  • Punten verplaatsen of een mislukte variant hernoemen nadat je het resultaat kent.

Van ABCD naar complexere patronen

Vijfpuntspatronen vragen eigen metingen. Carneys Gartley combineert voorgeschreven B- en D-correcties met AB=CD-convergentie; de D-referentie is 0,786 van XA. Het Butterfly-patroon heeft andere voorwaarden. Alleen X toevoegen classificeert de tekening niet en bewijst geen prestatie. Houd ook daar BC/AB, CD/BC en CD/AB expliciet uit elkaar.

Praktisch meetprotocol

  1. Kies vaste data- en grafiekinstellingen. Selecteer A, B en C met een op dat moment beschikbare regel en noteer bevestigingstijd apart.
  2. Bereken BC/AB, CD/BC en CD/AB. Benoem gelijkheid of de alternatieve projectie. Houd precisie en tolerantie consequent.
  3. Definieer een eventuele tijdfilter vóór de test. Vergelijkbare candleaantallen zijn een voorwaarde om te beoordelen, geen bewijs van een beter signaal.
  4. Registreer variant, beschikbaarheid, quotezijden, kosten en uitkomst in je handelsdagboek. Vergelijk bruto en netto rendement-risicoverhoudingen apart.
  5. Bekijk voorbeelden buiten de periode waarin je regels koos. Twintig demotransacties of een ogenschijnlijk succespercentage bewijst geen gereedheid voor echt geld; uitvoering en datakwaliteit vragen eigen controles.