Een verdedigde wisselkoers is een beleidskeuze. Op 15 januari 2015 beëindigde de Swiss National Bank haar minimumkoers van 1,20 CHF per euro. Dat historische besluit helpt drie verschillende vragen uit elkaar houden: wat beloofde de bank, wat meet haar balans en welk verlies ontstaat bij een bepaalde uitvoering van jouw positie? Geen van die vragen wordt beantwoord met alleen het woord veilige haven.

Veilige haven tegenover welke valuta?

Een dalende EUR/CHF betekent dat een euro minder franken koopt: de frank wordt sterker tegenover de euro. USD/CHF vergelijkt een ander paar en kan anders bewegen. De officiële samenvatting van Grisse en Nitschka uit 2013 vindt veiligehaveneigenschappen tegenover veel, maar niet alle valuta en een verband dat door de tijd verandert. Dat gedateerde onderzoek voorspelt niet iedere volgende reactie op angst.

Een sterke frank kan buitenlandse verkoopprijzen en binnenlandse marges van exporteurs raken, afhankelijk van contracten en kosten. Een bruto exportbedrag is echter niet hetzelfde als een aandeel in alle Zwitserse productie. Het prijsstabiliteitsmandaat van de SNB betekent evenmin dat zij de frank voortdurend moet verzwakken. Beoordeel valuta, instrument en rekeningrisico afzonderlijk.

Wat de ondergrens van 1,20 betekende

Op 6 september 2011 stelde de SNB het minimum van 1,20 CHF per euro in en verklaarde zij bereid te zijn vreemde valuta in onbeperkte hoeveelheden te kopen. Dat verdedigde een ondergrens voor EUR/CHF: een daling onder dat niveau zou een sterkere frank tegenover de euro betekenen. Het was geen onveranderlijke natuurwet.

De boekhoudkundige richting is belangrijk. Vreemde valuta kopen tegen CHF vergroot de vreemdevalutabeleggingen aan de activazijde en schrijft CHF bij op zichtdeposito's van banken. Verkopen werkt, onder verder gelijke omstandigheden, de andere kant op. Het vermogen franken te creëren maakt een beleidsbelofte niet permanent. Deze balansmechaniek geeft geen evenredige voorspelling van de wisselkoers.

Het besluit van 2015 is geen universele koerswaarneming

De verklaring van 15 januari noemt uitzonderlijke overwaardering bij invoering en veranderde omstandigheden door uiteenlopend monetair beleid. Zij schafte de minimumkoers af en behield de mogelijkheid om zo nodig op de valutamarkt actief te blijven. Daaruit volgt niet dat één toekomstige ECB-maatregel op zichzelf het hele verloop veroorzaakte.

Neem afzonderlijk een fictieve koersverandering van 1,20 naar 0,85 CHF per EUR. EUR/CHF daalt dan ongeveer 29,17%. De omgekeerde waarde van CHF in EUR stijgt ongeveer 41,18%. Delen door een ander beginbedrag geeft een ander percentage. Dit zijn rekenwaarden, geen geverifieerde intradaynoteringen van een bepaalde handelsplaats op die historische dag.

Ook bescherming tegen een negatief saldo vraagt een eigen juridisch kader. ESMA's uitleg uit 2018 betrof de totale aansprakelijkheid voor CFD's op de betreffende rekening, beperkt tot de daaraan gewijde middelen, waaronder geld en ongerealiseerde nettowinst. Dat is geen reconstructie van een schuld uit 2015. Voor Nederland beschrijft het AFM-besluit van 18 april 2019 bescherming voor niet-professionele CFD-cliënten en aanbod in of vanuit Nederland. Controleer entiteit, toepasselijk regime, product, cliëntstatus en overeenkomst. Nederlandse taal bewijst geen woonplaats of beschermingsregime.

Negatieve rente en later gepubliceerde interventies

Dezelfde verklaring uit 2015 verlaagde de rente op zichtdepositosaldi boven een vrijstellingsgrens met een half procentpunt naar −0,75%. De doelband voor driemaands-Libor werd −1,25% tot −0,25%. Dit zijn de toen genoemde instrumenten; noem ze niet automatisch de latere SNB-beleidsrente en gebruik ze niet als huidige retailrente.

De SNB kan vreemde valuta tegen CHF kopen of verkopen. Haar FAQ vermeldt publicatie van het interventievolume van het vorige kwartaal aan het einde van ieder kwartaal. Bewaar maatstaf, eenheid, referentiekwartaal en publicatietijd. Een later cijfer was bij een eerdere handelsbeslissing nog niet bekend.

Zichtdeposito's veranderen ook door repo's en SNB Bills; vreemdevalutabeleggingen kennen daarnaast inkomsten en waarderingsverschillen. De weekverandering van één balanspost identificeert daarom geen interventiebedrag of richting. In Japan beslist bovendien het ministerie van Financiën over valutainterventie en voert de BoJ deze als agent uit; Bank of Japan: yenbeleid, carry en interventies behandelt dat afzonderlijke institutionele kader.

Netto aankopen onthullen geen bruto omzet

Hetzelfde netto bedrag, andere bruto activiteitFictieve CHF-eenheden bij constante prijzen, geen inkomen of waarderingsverandering.REKENVOORBEELDAdministratie AKoop 10; verkoop 0Administratie BKoop 60; verkoop 50Verschillende vragenVerschil of som
Hetzelfde netto bedrag, andere bruto activiteit. Fictieve CHF-eenheden bij constante prijzen, geen inkomen of waarderingsverandering.

Netto tien bepaalt het totale transactievolume of aantal orders niet.

Administratie A
Koop 10; verkoop 0 – Netto 10; bruto 10.
Administratie B
Koop 60; verkoop 50 – Netto 10; bruto 110.
Verschillende vragen
Verschil of som – Tijdvolgorde blijft onbekend.

Twee fictieve administraties gebruiken dezelfde CHF-eenheid en constante prijzen. A koopt tien en verkoopt nul: netto tien, bruto tien. B koopt zestig en verkoopt vijftig: eveneens netto tien, maar bruto honderdtien. Optellen meet beide richtingen samen; aftrekken meet het saldo. Geen van beide vertelt zonder verdere gegevens hoeveel orders er waren of in welke volgorde ze kwamen. Inkomen, herwaardering en andere balansbewegingen zijn hier uitgesloten.

Bereken verlies met de aangenomen uitvoeringsprijzen

Koop in een fictieve EUR/CHF-long 10.000 EUR tegen Ask 1,2000 op een CHF-rekening met vooraf 5.000 CHF rekeningwaarde. Een gewone stop staat op Bid 1,1900. Totale commissie is twee CHF; financiering en omrekening ontbreken. Iedere variant veronderstelt volledige sluiting op de genoemde Bid zonder eerdere margeliquidatie. Dit belooft geen echte uitvoering.

Bij sluiting op 1,1900 is het prijsresultaat −100 CHF en netto −102 CHF: 2,04% van de beginrekening. Bij 1,1000 zijn dit −1.000 en −1.002 CHF, of 20,04%. Bij 0,9600 zijn het −2.400 en −2.402 CHF, of 48,04%. De formule is (uitgaande Bid − ingekochte Ask) × 10.000 − 2. Spread zit al in die prijzen; trek hem niet nogmaals af.

Zelfde positie, drie aangenomen sluitingenLong 10.000 EUR, Ask 1,2000; twee CHF commissie; beginwaarde 5.000 CHF.REKENVOORBEELDBid 1,1900−102 CHFBid 1,1000−1.002 CHFBid 0,9600−2.402 CHF
Zelfde positie, drie aangenomen sluitingen. Long 10.000 EUR, Ask 1,2000; twee CHF commissie; beginwaarde 5.000 CHF.

Geen eerdere liquidatie aangenomen; spread zit al in Ask/Bid. Geen historische uitvoering of maximumverlies.

Bid 1,1900
−102 CHF – 2,04% van beginwaarde.
Bid 1,1000
−1.002 CHF – 20,04% van beginwaarde.
Bid 0,9600
−2.402 CHF – 48,04% van beginwaarde.

IG's Britse uitleg van CFD-orders beschrijft dat een gewone stop slechter kan worden uitgevoerd dan zijn trigger. Het is een productvoorbeeld van die aanbieder, geen Nederlandse uitvoeringsgarantie. Onze tabel voorspelt geen stop-outvolgorde, geen verliesmaximum en geen waarschijnlijkheden. Bescherming tegen restschuld is een afzonderlijke begrenzing op rekeningniveau; zij bewaart het rekeningsaldo niet tegen verlies en garandeert geen stopprijs. Zie Negatief saldo: bescherming is geen behoud van je inleg voor die afbakening.

Nieuw EUR-tegenvoorbeeld: omrekenen tegen de verkeerde koers onderschat verlies

Neem apart een fictieve EUR-rekening met 5.000 EUR beginwaarde, dezelfde positie en sluiting op 1,1000. Veronderstel dat het volledige nettoverlies van 1.002 CHF onmiddellijk tegen diezelfde koers wordt omgerekend, zonder koersopslag, plus een afzonderlijke vaste omrekenkost van drie EUR. Dan is het EUR-verlies 1.002/1,10 + 3, ongeveer 913,91 EUR, of 18,28% van de beginwaarde.

Ten onrechte delen door de oude instapkoers 1,20 geeft 838 EUR inclusief die drie EUR: ongeveer 75,91 EUR te weinig. Die vergelijking gaat over de gekozen omrekenbasis, niet over een extra koersvoorspelling. Werkelijke aanbieders kunnen andere afrekenmomenten, koersen en kosten hebben. De CHF-commissie zit al in 1.002; de expliciete drie EUR is een andere kost. Er is geen belastingmodel of eerdere liquidatie opgenomen.

Omrekenbasis maakt verschilApart fictief EUR-account: netto verlies 1.002 CHF, directe omrekening op sluiting 1,10 CHF/EUR plus drie EUR kosten.REKENVOORBEELDJuiste modelbasis1.002/1,10 + 3Oude instapbasis1.002/1,20 + 3RekeningimpactOngeveer 18,28%
Omrekenbasis maakt verschil. Apart fictief EUR-account: netto verlies 1.002 CHF, directe omrekening op sluiting 1,10 CHF/EUR plus drie EUR kosten.

De instapkoers 1,20 als omrekenbasis gebruiken onderschat dit modelverlies met ongeveer 75,91 EUR.

Juiste modelbasis
1.002/1,10 + 3 – Ongeveer 913,91 EUR.
Oude instapbasis
1.002/1,20 + 3 – 838 EUR: niet de aangenomen afrekenkoers.
Rekeningimpact
Ongeveer 18,28% – Alleen voor de aparte beginwaarde 5.000 EUR.

Wat een hoger balanstotaal en eerdere rust niet bewijzen

Begin in een ander verzonnen model met 500 miljard CHF aan activa, zonder rente of dividend. In A zijn er geen transacties maar stijgt de CHF-waardering van dezelfde portefeuille tien procent: vijftig erbij, eindwaarde 550. In B verandert de waardering niet en worden vijftig miljard aan activa gekocht: eveneens 550. Hetzelfde verschil van vijftig identificeert geen aankoop.

Vijftig miljard verschil is geen geïdentificeerde aankoopFictieve beginactiva 500 miljard CHF, geen rente of dividend.REKENVOORBEELDA: alleen waardering+50 waardering; 0 koopB: alleen aankoop0 waardering; +50 koopWat weten we?Verschil +50
Vijftig miljard verschil is geen geïdentificeerde aankoop. Fictieve beginactiva 500 miljard CHF, geen rente of dividend.

Beide eindigen op 550; transacties en herwaardering moeten apart worden vastgesteld.

A: alleen waardering
+50 waardering; 0 koop – Eind 550 miljard CHF.
B: alleen aankoop
0 waardering; +50 koop – Eind 550 miljard CHF.
Wat weten we?
Verschil +50 – Geen raming van werkelijke SNB-reserves.

De tien procent betreft de waardering van de hele portefeuille in CHF en is geen omgekeerde wisselkoersberekening. Dit schat geen echte SNB-reserves. Noteer stand, inkomen, waardering en transacties apart. Historisch rustige koersen leveren evenmin een permanente grens op. Vergelijk CHF met goud, USD en JPY over dezelfde benoemde periode en tijdstippen; samen bewegen bewijst geen vaste correlatie of oorzaak.

Vier controles voor een eigen scenario

  1. Noteer paar, richting, omvang, rekeningvaluta, Ask-instap, Bid-uitstap en kosten. Vergelijk gewone-stopuitvoering met slechtere uitvoeringen zonder de scenario's historische feiten te noemen.
  2. Bewaar de aanname van geen eerdere liquidatie. Bekijk margeregels en bescherming apart; een stopbudget en aansprakelijkheidsgrens beantwoorden andere vragen.
  3. Identificeer bij SNB-data de gerapporteerde transactiemaatstaf en het kwartaal. Noem een onbekende balansoorzaak onbekend in plaats van een interventiebedrag te verzinnen.
  4. Leg bij omrekening koers, moment en eventuele opslag vast. Gebruik geen oude instapkoers omdat die het verlies prettiger laat lijken.

Het ECB-besluit lezen: rente, projectie en publicatietijd uit elkaar geeft de eurokant van het paar, zonder ECB-beleid als enige oorzaak te behandelen. Een hefboom vergroot de rekeningimpact; liquiditeit en feitelijke uitvoering bepalen mede of een geplande stopprijs haalbaar is.