Three Inside Up en Down combineren een kleine tweede body binnen de eerste met een derde-candlevoorwaarde. Bevestiging betekent dat een vastgelegde herkenningsregel voldoet, niet dat de markt moet omkeren. Kies vóór een vergelijking of de derde Close de eerste Open moet passeren of de strengere eerste High/Low.

Het gekozen grensniveau verandert de selectie

TA-Lib 0.6.4 CDL3INSIDE vergelijkt de derde Close met de eerste Open, gebruikt strikte body-insluiting en historische bodydrempels en toetst geen eerdere trend of kleur van de tweede candle. Een derde Close boven de eerste High voor Up of onder de eerste Low voor Down is een extra geometrisch filter. Ons model gebruikt de eerste Open en een expliciet richtinggevende derde body; het kopieert niet alle bibliotheekinstellingen.

Harami: hetzelfde binnenlichaam, een andere kleurfilter behandelt de body-intervallen tussen Open en Close. Dat vereist niet automatisch dat de hele High–Low-range van candle twee in candle één past. ChartSchools woordenboek beschrijft een tegengestelde bodykleur en de Harami Cross met doji; TA-Lib legt geen tweede-kleurfilter op. Dat maakt detectorconventies verschillend. Prijsgeometrie identificeert geen aarzeling of machtswisseling tussen specifieke deelnemers.

Kleine omvang en interne ligging zijn twee voorwaarden

Neem afzonderlijk de eerste dalende body [100;110] met lengte tien en een gekozen tweede-bodymaximum vijf. Kandidaat A [99;103] en B [102;106] hebben allebei lengte vier en voldoen aan de grootte-eis. Alleen B ligt strikt binnen de eerste body. A begint onder de onderrand. Kleine candle vervangt dus geen locatiecontrole.

Even klein, maar niet even internFictieve eerste body [100;110], maximumlengte tweede body vijf. Kandidaten A[99;103] en B[102;106] hebben beide lengte vier. Alleen strikte body-insluiting getest, geen volledig detectorsignaal.REKENVOORBEELDEerste body100–110A99–103; lengte vierB102–106; lengte vier
Even klein, maar niet even intern. Fictieve eerste body [100;110], maximumlengte tweede body vijf. Kandidaten A[99;103] en B[102;106] hebben beide lengte vier. Alleen strikte body-insluiting getest, geen volledig detectorsignaal.

A voldoet aan lengte maar faalt ligging. B voldoet aan beide. Wickgrenzen zijn in deze intervaltekening niet gemodelleerd.

Eerste body
100–110 – Lengte tien; maximum voor tweede vijf.
A
99–103; lengte vier – Klein genoeg, niet strikt binnen.
B
102–106; lengte vier – Beide voorwaarden geslaagd.

Controleer min(Open twee, Close twee)>100 en max(Open twee, Close twee)<110 naast de grootte-eis. Als een variant gelijkheid toestaat, is dat een andere specificatie. Hier blijven de grenzen strikt. Deze oefening voorspelt geen volgende koersrichting.

Een expliciete eigen variant

Voor Up vereisen we drie dalende closes vóór candle één; voor Down drie stijgende. De eerste body is minstens tweemaal het vaste gemiddelde van de vijf eerdere bodies. De tweede is hoogstens de helft van de eerste met beide randen strikt erin. De derde is strikt bullish bij Up of bearish bij Down, sluit voorbij de eerste Open en heeft geen aanvullende minimumgrootte. Een derde doji faalt dus onze eigen versie.

Algemeen moet de minimumrand van body twee groter zijn dan de minimumrand van body één en de maximumrand kleiner dan de eerste maximumrand. Een wick voorbij de gekozen derde-sluitingsgrens vervangt geen definitieve Close. Open twee gelijk aan Close één ligt op de rand en faalt onze strikte regel.

Neem niet aan dat een FX-open altijd gelijk is aan de vorige Close of dat gaps alleen na weekenden voorkomen. Bewaar instrument, feed, prijszijde, tijdzone, candlegrenzen en afronding. Eén prijsverschil op een rand kan de classificatie veranderen.

Twee volledige fictieve EUR/USD-gevallen

Neem pip 0,0001 en een vast gemiddelde van veertig pips voor de vijf eerdere bodies. Vóór Up zijn de closes 1,0980, 1,0950, 1,0930; vóór Down 1,0820, 1,0850, 1,0870. Context en gemiddelde zijn toegewezen inputs, geen reconstructie vanuit een latere omkeer.

Schuif op een klein scherm door de tabel om alle kolommen te lezen.

Onafhankelijke Up- en Down-modellen met volledige OHLC
GevalOpenHighLowClose
Up11,09001,09201,07801,0800
Up21,08201,08601,08101,0850
Up31,08501,09301,08401,0910
Down11,09001,10201,08801,1000
Down21,09801,09901,09401,0950
Down31,09501,09601,08701,0890

Beide eerste bodies zijn honderd pips en voldoen aan minstens tweemaal veertig. Beide tweede bodies zijn dertig, hoogstens vijftig en strikt intern. Bullish Up-Close drie op 1,0910 ligt tien pips boven de eerste Open, maar onder High één 1,0920. Down-Close drie 1,0890 ligt tien pips onder Open één, maar boven Low één 1,0880. Beide voldoen aan onze Open-regel en falen het extra High/Low-filter. Down-Low 1,0870 vervangt haar Close niet.

Herkenning, entry en geldafstand apart bewaren

Het hele patroon is pas na de derde sluiting beschikbaar. Een intrabarvoorwaarde kan vóór Close verdwijnen. Boek een voltooid signaal niet op de opening van die candle en neem geen latere fill exact op de eind-Close aan. Entrytijd, stopreferentie, doel, vervaltijd en omvang zijn aparte planregels. Een gewone stop garandeert geen maximaal verlies.

Eigen EUR-uitvoeringsvoorbeeld: neem los een fictieve herkennings-Close €61,50, maar een toegestane latere koopfill Ask €61,70. Bij twintig eenheden en een gekozen stop-exitscenario €39,80 is de prijsafstand €438. Met €5 totale kosten wordt het scenario €443. De grafiek-Close als fill invullen zou €439 geven en onderschat dit scenario met €4. Dit stelt geen geschikte stop vast en zegt niet dat de exit gegarandeerd op €39,80 uitvoert.

Een grens onder of boven de formatie is slechts één mogelijke ontkrachting, niet een enige stop uit de patroonnaam. Steun-, doel- en Relative Strength Index (RSI)-filters maken nieuwe versies. Een gunstige afstandsratio levert geen verwachte winstkans.

Een derde candle verandert ook het beslismoment

De extra eis verandert geselecteerde observaties en vroegst beschikbare herkenning. Dat bewijst geen minder verliezen, hoger winstpercentage of altijd slechtere entryprijs. Vergelijk complete Harami- en Three Inside-regels op dezelfde data met hun eigen ordertijden, exits en kosten. Bullish en bearish engulfing: lichamen, omgekeerde koers en fills krijgt niet door een naamvergelijking een sterkterang.

TA-Libs kleurconventie is niet-bearish bij Close≥Open. Daardoor kan Up een derde doji accepteren terwijl Down een strikt bearish derde candle vraagt. Een broncodevoorbeeld plaatst twaalf eerdere bars (100/110/98/105), daarna (100/102/88/90), (93/97/92/96) en doji (101/102/100/101), alle O/H/L/C. De beschreven codevoorwaarden geven +100.

Reflecteer iedere prijs als 200−p en verwissel High en Low. De derde doji wordt (99/100/98/99), met Close onder eerste Open 100, maar de codevoorwaarde geeft nul. Alleen haar Open en High naar 100 veranderen maakt haar bearish en geeft −100. Onze eigen directionele-derde-bodyregel verwerpt beide doji’s. Dit is een synthetische vergelijking van codevoorwaarden, geen handelsresultaat of nieuwe native historische studie.

Vergelijk patronen op eigen voorwaarden

Three Outside Up en Down: body, Close en prijszijde apart en Morning star: een langer derde lichaam dringt niet vanzelf dieper door hebben andere candleregels, context en gelijkheidsconventies. Visuele gelijkenis bewijst niet dat ze dezelfde observaties selecteren of dezelfde uitkomst geven. Bewaar de specifieke detector; bevestiging is geen universeel prestatiecertificaat.

Vier controles voor een eerste test

  1. Kies eerste Open of extra High/Low als derde-Closegrens en schrijf strikte en inclusieve voorwaarden afzonderlijk op.
  2. Toets bodylengte en ligging onafhankelijk met volledige OHLC; test randgelijkheid en doji expliciet.
  3. Bewaar feed en candleklok en herken pas wanneer alle vereiste eindprijzen beschikbaar zijn.
  4. Toets entry, exits, omvang, missers en kosten als complete methode. Een RSI-filter heeft een eigen vergelijking nodig, geen twintig-tradecertificering.

Vervolg met Een strategie backtesten: data, kosten en tijdvolgorde controleren en neem één vaste grensconventie op in je Handelsplan. Bewaar afgewezen voorbeelden naast geslaagde, zodat een kleine body niet achteraf automatisch een interne body wordt.