Vlaggen en wimpels beschrijven consolidatie na een sterke koersbeweging. Een vlag gebruikt ongeveer parallelle grenzen; een wimpel convergerende. Het gebruikelijke voortzettingslabel zegt niet wie handelde en garandeert geen vervolg. Leg geometrie, beschikbare informatie, uitbraakregel en echte entry/exit apart vast.

De voorafgaande impuls hoort bij de definitie

De vlaggenstok kan stijgen of dalen. Een vlag heeft ongeveer gelijke grenshellingen; een wimpel vernauwt tussen convergerende lijnen. Een kleine driehoek zonder gedefinieerde eerdere impuls is nog geen wimpel. Duur- en groottedrempels horen bij de onderzochte detector, niet bij een universele kans op succes.

CME noemt deze patronen mogelijke voortzettingsaanwijzingen en zegt expliciet dat ze niet altijd voortzetten. Een projectie met stokhoogte is een referentieconstructie, geen FX-prestatiebewijs. Een consolidatie als “pauze” interpreteren toont evenmin institutionele resterende orders of deelnemersintenties.

De vlag als parallel correctiekanaal

Na een rally helt een gebruikelijke vlag licht neerwaarts; na een daling licht opwaarts. Kies één feed, instrument en timeframe. Verberg toekomstige bars bij het tekenen, bewaar de eerste versie en registreer wanneer later bevestigde swings werkelijk bekend werden. Een achteraf bij een vroegere bodem geplaatst label was niet noodzakelijk toen verhandelbaar.

Definieer stokbegin/einde, grenspunten, toegestane fitafwijking en een intrabar- of slotregel. Twee ATR als stokminimum,50% correctie of vaste pipbuffer kunnen testparameters zijn, geen universele geloofwaardigheidseis. Average True Range (ATR) middelt True Range: het maximum van High−Low en afstanden van beide extremen tot de vorige Close. Het is niet uitsluitend gemiddeld dagelijks High−Low. Noteer periode, berekening en invoer.

Een wimpel heeft een eindig geometrisch domein

Een wimpel heeft lagere toppen en hogere bodems tussen convergerende lijnen. Het fictieve model U(t)=120−0,5t en L(t)=110+0,25t is gefit uit punten op t=0 en 8. Breedte=10−0,75t. Op0,8,12 zijn breedtes 10, 4, 1; de apex is t=13⅓. Op 14 geeft U=113 en L=113,5 breedte−0,5: de voormalige bovenlijn ligt onder de onderlijn.

Dezelfde oorspronkelijke regio bestaat na de kruising niet onbeperkt voort. Een regel voor latere waarnemingen vraagt een nieuwe definitie. De apex volgt uit de gekozen punten en is geen deadline voor acceleratie of een target. Vlag en wimpel kunnen andere detectie-, timing- en invalidatieregels hebben, dus hun portefeuilleresultaten zijn niet automatisch gelijk.

Stokhoogte en een volledig vastgelegd vlagkanaal

Fictief EUR/USD-Bid stijgt 1,1000→1,1200: hoogte 0,0200 USD/EUR,200 pips bij pip 0,0001. Bovenpunten(t=4,1,1200) en(t8,1,1180) geven helling−0,0005 of−5 pips per bar. Onderpunten(t6,1,1130) en(t10,1,1110) hebben dezelfde helling. Alle punten zijn handmatig gekozen en bij bar 10 bevroren; dit is geen volledige OHLC-historie.

Het kanaal blijft 0,0060 of 60 pips breed en is dus geen wimpel. Op t=11 is U=1,1165 en Bid-close 1,1160: C>U faalt. Op t=12 is U=1,1160 en Bid-close 1,1170: de regel slaagt. Een met toekomstbars gekozen swing zou een latere beschikbaarheid vereisen. Een projectie is pas reproduceerbaar met de vastgelegde grens op het bedoelde tijdstip.

Volume is een dataset, geen identiteit van deelnemers

Meer volume op impuls/uitbraak en minder tijdens consolidatie is een voorgestelde filter, geen bewijs van wie handelde.150%, 200% of 300% van een gemiddelde zijn mogelijke gekozen drempels. Definieer bron, lookback, vergelijkbare sessies en ontbrekende data vooraf; houd mislukte uitbraken ook bij.

MT5 onderscheidt ontvangen ticks van echt dealvolume, dat bij OTC kan ontbreken. Een brokerfeed aggregeert niet iedere spottransactie. Futuresvolume hoort bij zijn eigen beurscontract. OBV — On-Balance Volume transformeert de opgegeven volume-input en maakt tickaantallen niet tot mondiale nominale omzet of bankdeelname.

Dezelfde wick slaagt voor één regel en faalt voor de andere

Een apart fictief detail gebruikt vooraf U(t)=110−t, L(t)=104−t, met een eerdere bullish impuls buiten beeld. Gegeven t=3: O=C=106, H109, L104. High 109>U107, maar Close 106<107. Gegeven t=4: O106, H108, L104, C107 en U106. Alleen op t=4 slaagt de slotregel C>U. Gelijkheid zou niet voldoen. De figuur voegt geen onbekende candles of vervolgbeweging toe.

High en Close toetsen een andere voorwaardeTwee expliciet gegeven fictieve candles bij U=110−t, L=104−t; eerdere bullish impuls weggelaten. Geen aanvullende OHLC of fills.REKENVOORBEELDt=3High 109>107; Close106<107t=4Close 107>106
High en Close toetsen een andere voorwaarde. Twee expliciet gegeven fictieve candles bij U=110−t, L=104−t; eerdere bullish impuls weggelaten. Geen aanvullende OHLC of fills.

t=3 breekt High de grens, maar pas t=4 sluit erboven onder de vaste C>U-regel.

t=3
High 109>107; Close 106<107 – Geen slotsignaal.
t=4
Close 107>106 – Slotsignaal pas na einde candle.

Een wickuitbraak op t=3 registreren als slotsignaal verandert de regel. Beide varianten kunnen afzonderlijk worden getoetst, ieder met eigen signaaltijd. Een terugkeer binnen het kanaal bewijst geen opzettelijke stopjacht.

Entryprotocollen en omvang apart vergelijken

  1. Na de close: de conditie is bekend, maar de volgende uitvoerbare prijs kan afwijken.
  2. Na retest: definieer terugkeer, bevestiging en vervaldatum. Een betere prijs kan ongevuld blijven of de structuur ongeldig worden.
  3. Intrabar: leg live prijszijde, trigger, buffer en annulering vast. Een korte prik kan slagen terwijl de slotregel faalt.

Geen variant is bewezen het veiligst. Een stop onder ondergrens of laatste swinglow kan een gekozen bullish invalidatie zijn, omgekeerd bij bearish. Hij triggert niet iedere terugkeer binnen de vlag. Vijf/tien pips buffer garanderen geen bescherming. Een hypothetische USD-rekening 10.000 met 100 USD prijsverliesbudget en 40-pipafstand staat 2,50 USD per pip toe. Bij aangenomen 10 USD per pip per standaardlot is dat 0,25 lot vóór extra kosten. Een EUR-rekening vraagt expliciete conversie; gewone stops kunnen slechter vullen.

Eigen EUR-budgetcontrole. Neem €100 gepland totaalbudget, €4 vaste kosten,40 pips,10 USD per pip per lot, vaste conversie 1,25 USD/EUR en lotstap 0,01. Beschikbaar voor prijsverlies is €96. Reken 96×1,25/(40×10)=0,30 lot. Zonder kostenreserve zou 0,3125 theoretisch naar 0,31 worden afgerond, maar 0,31×10×40/1,25+4=€103,20 overschrijdt het budget. 0,30 geeft precies €100 onder deze aangenomen stopfill, geen garantie of margincontrole.

De projectieprijs is niet de entryprijs

Projecteer de 200-pipstok vanaf de bevroren bovengrens op t=12:1,1160+0,0200=1,1360. Stel een latere echte koopfill Ask 1,1173 voor 20.000 EUR, USD-rekening en 4 USD totale commissie. Pipwaarde 2 USD. Verkoop-Bid 1,1360 geeft=374 USD bruto en 370 netto. Alternatief Bid 1,1105 geeft−136 bruto,−140 netto; slechtere fill 1,1102 geeft−146 netto. Spread zit in de fills; financiering en overige fees ontbreken.

De geprojecteerde 200 pips zijn dus geen 200 pips winst vanaf entry. Met entry 1,1183 in plaats van 1,1173 worden dezelfde target- en stopfills 350 en−160 USD netto: tien pips slechter aan het begin verandert beide resultaten met 20 USD. Een Fibonacci 100%-projectie kan een ander nulpunt gebruiken, dus overeenstemming vraagt berekening. ATR is geen plafond voor toekomstige beweging.

Gedeeltelijk uitstappen of trailing is een aparte testvariant. Specificeer volumes, fills en restbeheer en vergelijk volledige kasstromen met ongesplitste exits op dezelfde gevallen. Een getoond trailing- of gemiddeldenniveau is geen gegarandeerde bescherming.

Vijf fouten in de definitie herkennen

  • De impuls niet vastleggen en later een willekeurige driehoek wimpel noemen.
  • Tickactiviteit verwarren met geldomzet of institutionele intentie.
  • Een hoger-timeframefilter na de uitkomst wijzigen of onbeschikbare definitieve waarden invoeren.
  • Een intrabarprik en gesloten uitbraak onder één regel tellen.
  • Een timeframe universeel goed of waardeloos noemen zonder specifieke kostentoets.

Eén detector, volledige sample en vaste uitvoering

Bewaar feed, interval, stokpunten, grenzen, toleranties en herkenningstijd. Houd iedere kwalificerende case bij, inclusief mislukte uitbraken en no-fills, met toekomstige bars verborgen bij de selectie. Kies één entryprotocol en wissel niet halverwege de serie. Een maand consequente registratie is een oefenperiode, geen automatisch bewijs van effectiviteit.

Een strategie backtesten: data, kosten en tijdvolgorde controleren toetst de protocollen vervolgens apart. Driehoekspatronen: ankers, grenzen en projectie vergelijkt grotere driehoeken; Het patroonlabel op zichzelf garandeert geen vervolg of verliesplafond.