Hoofd-en-schouderspatroon

Na een stijging ontstaan drie toppen waarvan de middelste het hoogst ligt. De neklijn verbindt de tussenliggende dalen. Een doorbraak onder die lijn voltooit de klassieke neerwaartse omkeerstructuur. De omgekeerde variant gebruikt dalen; een hoogteprojectie is een conventioneel richtpunt, geen vaststaande uitkomst.

Wat betekent dit?

Na een stijging ontstaan drie toppen waarvan de middelste het hoogst ligt. De neklijn verbindt de tussenliggende dalen. Een doorbraak onder die lijn voltooit de klassieke neerwaartse omkeerstructuur. De omgekeerde variant gebruikt dalen; een hoogteprojectie is een conventioneel richtpunt, geen vaststaande uitkomst.

Concreet voorbeeld

Fictieve schouders 108 en 109, hoofd 115, horizontale neklijn 103. Hoogte 115−103=12; na doorbraak ligt de conventionele projectie 103−12=91. De koers hoeft 91 niet te bereiken.

Hoogteprojectie met horizontale neklijnFictief patroon na een stijging; koerseenheden, geen kansschatting.REKENVOORBEELDSchouders108 en 109Hoofd minus neklijn115−103=12Projectie103−12=91
Hoogteprojectie met horizontale neklijn. Fictief patroon na een stijging; koerseenheden, geen kansschatting.

Een getekend richtpunt bewijst geen bereikbaarheid of winstgevendheid.

Schouders
108 en 109 – Beide onder het hoofd.
Hoofd minus neklijn
115−103=12 – Meet de hoogte.
Projectie
103−12=91 – Richtpunt na de doorbraak, geen gegarandeerde fill.

Test wat je hebt geleerd

Ongeveer 2 minuten oefenen.

Hoofd 115, horizontale neklijn 103. Welke projectie volgt conventioneel na de doorbraak?

Antwoord en uitleg bekijken

De hoogte is 12 en 103−12=91. Dat is een projectieregel, geen kansmeting.

Verwante begrippen

Leren in de praktijk

Bronnen en verdere uitleg

Een link naar een bron betekent niet dat elke veranderlijke voorwaarde bij ieder bezoek opnieuw is gecontroleerd.

De voorbeelden zijn hypothetisch. Productspecificaties en nationale regels kunnen verschillen.