Een Lot: contracteenheid is een volume-eenheid die pas betekenis krijgt met de contractgrootte van het symbool. De gangbare FX-conventie gebruikt 100.000 basisvaluta-eenheden per lot. In ons fictieve lineaire EUR/USD-model geeft dat USD 10 per pip van 0,0001; een mini-lot USD 1 en een micro-lot USD 0,10. Dat zijn geen universele bedragen voor ieder product of rekeningvaluta.

Lots maal contractgrootte geeft hoeveelheid

De eerste valuta is Basisvaluta: één conventioneel lot EUR/USD staat voor EUR 100.000, GBP/USD voor GBP 100.000 en USD/JPY voor USD 100.000. Een ander symbool kan echter een andere multiplier hebben. De algemene berekening is ingevoerde lots×eenheden per lot.

De lotaanduiding bepaalt noch storting noch maximumverlies. Marge kan kleiner zijn dan Nominale positiewaarde, maar verlaagt de prijsgevoeligheid van de gehouden hoeveelheid niet. Lees contractgrootte en winstvaluta vóór je pipwaarde berekent; controleer marge daarna afzonderlijk.

Standaard, mini, micro en soms nano

Schuif op een klein scherm door de tabel om alle kolommen te lezen.

Naam in dit modelLotsBasiseenhedenUSD per EUR/USD-pip
Standaard1,00100.00010,00
Mini0,1010.0001,00
Micro0,011.0000,10
Nano als gebruikte naam0,0011000,01

De naam nano belooft geen beschikbaar volume. Sommige platforms vragen eenheden in plaats van lots. Controleer minimum, maximum, stap en eventuele totale volumelimiet voor het echte symbool. Europese hefboomregels schrijven niet zelfstandig een minimum van 0,01 lot voor. Twee decimalen zijn alleen de passende stap wanneer de contractregels die stap gebruiken.

Van hoeveelheid naar pipwaarde

Bij vast lineair contract, pipdefinitie en omrekeningskoers schaalt Pip-gevoeligheid met hoeveelheid. Twee standaard EUR/USD-lots geven hier USD 20 per pip en vijf USD 50. Een halve standaardlot is 50.000 eenheden en USD 5 per pip, geen aparte lotcategorie. Tussenliggende volumes zijn alleen bruikbaar als het symbool ze toestaat.

Dertig pips verschil tussen werkelijke fills geven op één standaardlot USD 300 prijsverlies en op één micro-lot USD 3. Een gewone stop die dertig pips verder ligt garandeert zulke fills niet. Afzonderlijke commissie, financiering en omrekening kunnen de rekeninguitkomst wijzigen. Als spread al in de fills zit, trek je haar niet opnieuw af.

Onderpand en gevoeligheid afzonderlijk berekenen

Het oorspronkelijke standalone-model met EUR 100.000 nominaal en exact 30:1 geeft EUR 3.333,33 marge. Tegen fictief 1,0850 USD/EUR is dat USD 3.616,67. Het overeenkomstige micro-lot van EUR 1.000 vraagt EUR 33,33 of USD 36,17. De honderdmaal kleinere pipwaarde ontstaat door de hoeveelheid, niet doordat onderpand het verlies begrenst.

Werkelijke methoden kunnen productregels, trappen, andere posities en omrekening bevatten. Exact delen door dertig is een modelaanname en geen bevestiging van actuele rekeningvoorwaarden. Lees Hefboom en marge: dezelfde ratio kan ander risico verbergen en controleer equity en close-out apart.

Hetzelfde getal 0,05 is niet dezelfde blootstelling

0,05 lot vergelijken vraagt de contractgrootteTwee fictieve EUR/USD-symbolen staan 0,05 lot toe. Pip 0,0001; fills twintig pips ongunstig. Geen commissie, financiering of conversie.REKENVOORBEELDSpecificatie AEUR 100.000 per lotSpecificatie BEUR 10.000 per lotPipwaardeUSD 0,50 versus 0,05Twintig pips verliesUSD 10 versus 1
0,05 lot vergelijken vraagt de contractgrootte. Twee fictieve EUR/USD-symbolen staan 0,05 lot toe. Pip 0,0001; fills twintig pips ongunstig. Geen commissie, financiering of conversie.

De multiplier bepaalt de blootstelling. Dezelfde geaccepteerde formulierwaarde garandeert geen vergelijkbare positie.

Specificatie A
EUR 100.000 per lot – 0,05 geeft EUR 5.000.
Specificatie B
EUR 10.000 per lot – 0,05 geeft EUR 500.
Pipwaarde
USD 0,50 versus 0,05 – Dezelfde prijsdefinitie.
Twintig pips verlies
USD 10 versus 1 – Tienmaal verschil.

Behoud de fictieve specificaties A en B: beide staan 0,05 lot toe. A definieert EUR 100.000 per lot, dus EUR 5.000 hoeveelheid. B definieert bewust afwijkend EUR 10.000 per lot, dus EUR 500. Eén pip kost USD 0,50 in A en USD 0,05 in B.

Bij een verschil tussen echte fills van −0,0020, twintig pips, geeft dat −USD 10 en −USD 1. Commissie, financiering en conversie ontbreken en spread is al in de fills verwerkt. De tienvoudige verhouding komt uit contractgrootte. Mini-, micro- of centnamen en regio bewijzen geen van beide specificaties.

Lees de multiplier, niet de marketingnaam

Op dezelfde fictieve symbolen betekent 1,00 lot USD 10 versus USD 1 per pip. Een spreadvergelijking vraagt daarom ook eenheden, rekeningvaluta en dezelfde hoeveelheid. Een geaccepteerde gekopieerde order kan een andere blootstelling openen wanneer de multiplier verschilt.

Open in MT5 via Market Watch de Specification en lees Contract size. De standaardconventie van 100.000 is geen verplichte universele multiplier voor ieder gereguleerd product. Noteer bovendien winstvaluta, minimale hoeveelheid en volumestap naast je berekening.

Drie misverstanden over bedragen

Ten eerste is gestort geld geen nominale omvang. Op een fictieve USD 500-rekening zou USD 300 prijsverlies 60% van beginsaldo zijn. Dat bewijst niet dat één standaardlot überhaupt geopend kon worden: marge- of close-outregels kunnen het voorkomen of eerder beëindigen.

Ten tweede geldt USD 10 per pip alleen bij passende aannamen. Voor EUR/USD, GBP/USD en AUD/USD met 100.000 basiseenheden, pip 0,0001 en USD-rekening is dit het lineaire model. Bij USD/JPY geeft pip 0,01 daarentegen JPY 1.000 per standaardlot. Tegen fictief 150 JPY/USD is dat circa USD 6,67. Voor een PLN- of EUR-rekening volgt nog de eigen conversie.

Ten derde zijn halve lots en andere toegestane tussenstappen gewoon vermenigvuldigingen van contractgrootte. Zij veranderen niet vanzelf de definitie van het standaardlot of de grens van een aanvaardbaar verlies.

Van verliesmodel naar uitvoerbare volumestap

Behoud de oorspronkelijke fictieve PLN-oefening: rekening PLN 5.000, gekozen 1%-koersverliesbudget PLN 50, USD/PLN 4,00 en dertig pips afstand. Budget is USD 12,50. Bij USD 10 per pip per lot volgt 12,50/(30×10)=0,04167 lot. Met stap 0,01 rond je de bovengrens naar beneden af: 0,04 geeft USD 12 of PLN 48. Bij 0,05 zou USD 15 of PLN 60 het budget overschrijden. Kosten en slechtere fills ontbreken.

Nieuw afzonderlijk EUR-tegenvoorbeeld: kies fictief EUR 5 totaalbudget, twintig pips, EUR 9 per pip per lot en stap 0,01. Alleen koersverlies geeft 5/(20×9)=0,02778, dus 0,02 lot en EUR 3,60. Een apart vast kostenbedrag van EUR 2 maakt het totaal EUR 5,60: boven budget. Bij 0,01 wordt prijsverlies EUR 1,80 en totaal EUR 3,80. Dit is een berekening onder gekozen aannamen, geen persoonlijke risiconorm of gegarandeerde verliesgrens.

  1. Bereken hoeveelheid met juiste contractgrootte, pip en rekeningvaluta, inclusief nog niet verwerkte kosten.
  2. Lees minimum, maximum, stap en totale limiet zonder een liveorder te verzenden.
  3. Rond een volumeplafond naar beneden af en toets het opnieuw. Verhoog nooit alleen om het minimum te halen zonder het veranderde budget te erkennen.
  4. Controleer marge, beschikbare capaciteit en een slechtere uitvoering afzonderlijk; het voorbeeld mag ongetraded blijven.

Hoeveel startkapitaal? Reken minimumvolume en kosten eerst na behandelt kapitaalvragen en Wat is een pip? Koersafstand, updates en geldwaarde apart de meeteenheid. Een one-percentregel is een gekozen oefenconventie en geen garantie van geschiktheid.

Een kleinere positie verandert niet de pipwaarde per lot

De calculatoroefening bewaart het aparte PLN-bronmodel: EUR 100.000 per lot, pip 0,0001 en fictief PLN 4 per USD. Wijzig alleen 0,10 naar 0,01 lot. De positiepip daalt van PLN 4 naar PLN 0,40, maar de waarde per hele lot blijft PLN 40. Een positiegroottecalculator die per-lotwaarde vraagt, hoort dus 40 te krijgen en niet 0,40.